BWBR0007153
Geldig vanaf 1995-02-01
Artikel 2
Instelling werkgroep fiscaal-technische herziening loon- en inkomstenbelasting
1. De werkgroep heeft tot taak om op drie niveaus de loon- en inkomstenbelasting door te lichten.
Het eerste niveau betreft het bestek van de huidige wetgeving. De werkgroep gaat na welke onvolkomenheden er binnen het bestek van de huidige wetgeving bestaan en draagt concrete voorstellen ter wegneming ervan aan. Het gaat hierbij om technische bijstellingen van bepaalde regelingen ten einde geconstateerde knelpunten in die regelingen weg te nemen, het aanbrengen van vereenvoudigingen en meer in algemene zin het bijschaven van de verschillende wettelijke regelingen ten einde tot een meer ‘elegante’ wetgeving te komen.
Het tweede niveau betreft de strekking van de huidige wetgeving. De werkgroep gaat na welke onvolkomenheden er binnen de loon- en inkomstenbelasting bestaan in het licht van de beoogde strekking van deze wetten. In aanvulling hierop draagt de werkgroep concrete voorstellen aan waarmee het bestek van de wetgeving meer in overeenstemming kan worden gebracht met de beoogde strekking van de wetgeving. Bij dit tweede niveau kan primair worden gedacht aan hetgeen in het verleden ook wel werd aangeduid met het begrip ‘reparatiewetgeving’.
Het derde niveau behelst de opzet van de loon- en inkomstenbelasting. Aan de werkgroep wordt gevraagd om voor een aantal deelterreinen concrete voorstellen aan te dragen ter verbetering en vereenvoudiging van de opzet van de loon- en inkomstenbelasting. Deze deelterreinen omvatten in elk geval:
diverse onderdelen uit de Bouwstenennotitie:
inkomsten uit vermogen, met inbegrip van de positie van de vermogensbelasting;
opties voor een loonsomheffing;
aftrekbare kosten;
reiskostenforfait en autokostenfictie;
buitengewone lasten en persoonlijke verplichtingen;
bijzondere tarieven;
faciliteiten voor ondernemers;
waardering vakantiebonnen;
vergroening van het fiscale stelsel;
winst uit aanmerkelijk belang;
sfeerovergangen (bloot-eigendomconstructies);
verhouding loonbelasting en inkomstenbelasting.
2. Bij het doen van voorstellen neemt de werkgroep de volgende voorwaarden in acht:
de budgettaire aspecten van de voorstellen dienen nadrukkelijk in de afweging te worden betrokken, waarbij de thans bestaande budgettaire kaders niet overschreden mogen worden;
de werkgroep doet geen voorstellen met betrekking tot de tariefstructuur, met uitzondering van de bijzondere tarieven;
de voorstellen dienen naar het mogelijke bij te dragen aan het vergroten van de aanvaardbaarheid van de belastingwetgeving, ook door het verminderen van het aantal potentiële geschilpunten tussen fiscus en belastingplichtige en het verminderen van de administratieve lasten.
Het eerste niveau betreft het bestek van de huidige wetgeving. De werkgroep gaat na welke onvolkomenheden er binnen het bestek van de huidige wetgeving bestaan en draagt concrete voorstellen ter wegneming ervan aan. Het gaat hierbij om technische bijstellingen van bepaalde regelingen ten einde geconstateerde knelpunten in die regelingen weg te nemen, het aanbrengen van vereenvoudigingen en meer in algemene zin het bijschaven van de verschillende wettelijke regelingen ten einde tot een meer ‘elegante’ wetgeving te komen.
Het tweede niveau betreft de strekking van de huidige wetgeving. De werkgroep gaat na welke onvolkomenheden er binnen de loon- en inkomstenbelasting bestaan in het licht van de beoogde strekking van deze wetten. In aanvulling hierop draagt de werkgroep concrete voorstellen aan waarmee het bestek van de wetgeving meer in overeenstemming kan worden gebracht met de beoogde strekking van de wetgeving. Bij dit tweede niveau kan primair worden gedacht aan hetgeen in het verleden ook wel werd aangeduid met het begrip ‘reparatiewetgeving’.
Het derde niveau behelst de opzet van de loon- en inkomstenbelasting. Aan de werkgroep wordt gevraagd om voor een aantal deelterreinen concrete voorstellen aan te dragen ter verbetering en vereenvoudiging van de opzet van de loon- en inkomstenbelasting. Deze deelterreinen omvatten in elk geval:
diverse onderdelen uit de Bouwstenennotitie:
inkomsten uit vermogen, met inbegrip van de positie van de vermogensbelasting;
opties voor een loonsomheffing;
aftrekbare kosten;
reiskostenforfait en autokostenfictie;
buitengewone lasten en persoonlijke verplichtingen;
bijzondere tarieven;
faciliteiten voor ondernemers;
waardering vakantiebonnen;
vergroening van het fiscale stelsel;
winst uit aanmerkelijk belang;
sfeerovergangen (bloot-eigendomconstructies);
verhouding loonbelasting en inkomstenbelasting.
2. Bij het doen van voorstellen neemt de werkgroep de volgende voorwaarden in acht:
de budgettaire aspecten van de voorstellen dienen nadrukkelijk in de afweging te worden betrokken, waarbij de thans bestaande budgettaire kaders niet overschreden mogen worden;
de werkgroep doet geen voorstellen met betrekking tot de tariefstructuur, met uitzondering van de bijzondere tarieven;
de voorstellen dienen naar het mogelijke bij te dragen aan het vergroten van de aanvaardbaarheid van de belastingwetgeving, ook door het verminderen van het aantal potentiële geschilpunten tussen fiscus en belastingplichtige en het verminderen van de administratieve lasten.