BWBR0007133
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 4
Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid
1. Subsidie wordt voorts slechts verstrekt, indien:
a. naar het oordeel van Onze Minister mag worden verwacht dat de met de subsidiëring beoogde doeleinden zullen worden bereikt; en
b. de aanvrager: 1°. naar het oordeel van Onze Minister de behoefte aan subsidie heeft aangetoond; en
2°. aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen, met inbegrip van subsidie, voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.
1°. naar het oordeel van Onze Minister de behoefte aan subsidie heeft aangetoond; en
2°. aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen, met inbegrip van subsidie, voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.
2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing indien het betreft een subsidie aan een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld.
a. naar het oordeel van Onze Minister mag worden verwacht dat de met de subsidiëring beoogde doeleinden zullen worden bereikt; en
b. de aanvrager: 1°. naar het oordeel van Onze Minister de behoefte aan subsidie heeft aangetoond; en
2°. aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen, met inbegrip van subsidie, voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.
1°. naar het oordeel van Onze Minister de behoefte aan subsidie heeft aangetoond; en
2°. aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen, met inbegrip van subsidie, voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.
2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing indien het betreft een subsidie aan een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld.