BWBR0007116
Geldig vanaf 01-02-1995
Artikel II
Wijzigingswet Bestrijdingsmiddelenwet 1962
1. Bestrijdingsmiddelen die ten tijde van de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet zijn toegelaten, worden, onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 7 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, geacht te zijn toegelaten.
2. Bestrijdingsmiddelen waarvoor voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet een aanvraag tot toelating op de dan krachtens artikel 4 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 voorgeschreven wijze is ingediend, onderscheidenlijk de procedure tot verlenging van de toelating een aanvang heeft genomen, worden gedurende twee jaar na inwerkingtreding van genoemd artikelonderdeel beoordeeld aan de hand van de tekst van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 zoals deze luidde voor die inwerkingtreding, met uitzondering van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, van die wet, voor zover het gewasbeschermingsmiddelen betreft.
2. Bestrijdingsmiddelen waarvoor voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet een aanvraag tot toelating op de dan krachtens artikel 4 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 voorgeschreven wijze is ingediend, onderscheidenlijk de procedure tot verlenging van de toelating een aanvang heeft genomen, worden gedurende twee jaar na inwerkingtreding van genoemd artikelonderdeel beoordeeld aan de hand van de tekst van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 zoals deze luidde voor die inwerkingtreding, met uitzondering van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, van die wet, voor zover het gewasbeschermingsmiddelen betreft.
- Citeren als
- Art. II
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0007116
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl