BWBR0007109
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 4
Tijdelijke bijdrageregeling spoorwegaansluitingen
1. De aanvraag om een bijdrage wordt ingediend door tussenkomst van de Hoofdingenieur-Directeur van Rijkswaterstaat in de betrokken regio.
2. Bij een aanvraag verstrekt de aanvrager, onverminderd het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van het Besluit:
a. een onderbouwing van het project;
b. een overzicht van de financiering van het project;
c. een vervoersgarantie van de aanvrager als bedoeld in artikel 8 onderscheidenlijk artikel 9;
d. een overzicht van alle maatregelen die voor de totstandbrenging van de spoorwegaansluiting moeten worden getroffen, en
e. een opgave van het jaar waarin het project wordt voltooid.
3. Indien een aanvraag niet volledig is, stelt de Minister de aanvrager in de gelegenheid binnen vier weken de aanvraag aan te vullen.
2. Bij een aanvraag verstrekt de aanvrager, onverminderd het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van het Besluit:
a. een onderbouwing van het project;
b. een overzicht van de financiering van het project;
c. een vervoersgarantie van de aanvrager als bedoeld in artikel 8 onderscheidenlijk artikel 9;
d. een overzicht van alle maatregelen die voor de totstandbrenging van de spoorwegaansluiting moeten worden getroffen, en
e. een opgave van het jaar waarin het project wordt voltooid.
3. Indien een aanvraag niet volledig is, stelt de Minister de aanvrager in de gelegenheid binnen vier weken de aanvraag aan te vullen.