BWBR0007091
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 9 a
Regeling legitimatievoorschriften tenaamstelling en kentekenplaten
1. Bij de verkrijging van kentekenplaten worden overgelegd:
a. een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen,
b. de kentekencard, het deel IA of het deel I van het kentekenbewijs, afgegeven voor het kenteken dat op de kentekenplaten is vermeld.
2. In afwijking van het eerste lid, onder b, kunnen voor voertuigen ingeschreven op aanvraag van een erkend bedrijf inschrijven zonder onderzoek en die niet langer dan zeven dagen daarvoor voor het eerst zijn tenaamgesteld, bij verkrijging van kentekenplaten de in artikel 9c, onder b, bedoelde dienstenpas of gegevens worden overgelegd.
a. een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen,
b. de kentekencard, het deel IA of het deel I van het kentekenbewijs, afgegeven voor het kenteken dat op de kentekenplaten is vermeld.
2. In afwijking van het eerste lid, onder b, kunnen voor voertuigen ingeschreven op aanvraag van een erkend bedrijf inschrijven zonder onderzoek en die niet langer dan zeven dagen daarvoor voor het eerst zijn tenaamgesteld, bij verkrijging van kentekenplaten de in artikel 9c, onder b, bedoelde dienstenpas of gegevens worden overgelegd.
- Citeren als
- Art. 9 a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0007091
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl