BWBR0007064
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 2
Aanwijzing opsporingsambtenaren voor de Wegenverkeerswet 1994
1. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in artikel 1blijft gelden tot het moment waarop onherroepelijk is beslist op de aanvraag tot beëdiging als buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover die aanvraag vóór 1 april 1995 is ingediend bij de procureur-generaal.
3. Indien voor 1 april 1995 ten behoeve van de in het eerste lid genoemde persoon geen aanvraag tot het beëdigen van de desbetreffende persoon is ingediend, vervalt de in het eerste lid bedoelde opsporingsbevoegdheid op 1 april 1995.
3. Indien voor 1 april 1995 ten behoeve van de in het eerste lid genoemde persoon geen aanvraag tot het beëdigen van de desbetreffende persoon is ingediend, vervalt de in het eerste lid bedoelde opsporingsbevoegdheid op 1 april 1995.