BWBR0007034
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 2
Instelling Regiegroep gegevensuitwisseling fraudebestrijding Algemene Bijstandswet
De regiegroep heeft de volgende taak:
a. het aansturen en bewaken van het tot stand komen van de gegevensuitwisselingen, om op zo kort mogelijke termijn fraude te voorkomen en tegen te gaan, tegen de achtergrond van het realiseren van besparingen;1Het betreft hier de gegevensuitwisselingen die zijn vermeld in hoofdstuk 5, punt 5.1 van de Beleidsbrief vernieuwing ABW d.d. 30 november 1993 (Tweede Kamer 22 545 nr. 14) en in de nadere uitwerking daarvan in de als bijlage bij deze beleidsbrief opgenomen ‘Blauwdruk’ gegevensuitwisseling.
b. te bevorderen dat deze gegevensuitwisselingen zo worden opgezet dat er een zo gunstig mogelijke verhouding ontstaat tussen de opbrengsten en kosten en dat ze voor sociale diensten goed zijn in te passen in de werkprocessen;
c. te bevorderen dat bij het opzetten van het noodzakelijk gegevensverkeer zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van een toekomstvaste communicatie-infrastructuur;
d. aan de hand van nader te verrichten onderzoek te beoordelen of de vergoedingen die door het Rijk aan het Gemeentefonds zijn of worden toegevoegd toereikend zijn voor de extra kosten die gemeenten moeten maken voor het opzetten en uitvoeren van het gegevensverkeer met derden en te beoordelen in hoeverre bijstelling noodzakelijk is.
a. het aansturen en bewaken van het tot stand komen van de gegevensuitwisselingen, om op zo kort mogelijke termijn fraude te voorkomen en tegen te gaan, tegen de achtergrond van het realiseren van besparingen;1Het betreft hier de gegevensuitwisselingen die zijn vermeld in hoofdstuk 5, punt 5.1 van de Beleidsbrief vernieuwing ABW d.d. 30 november 1993 (Tweede Kamer 22 545 nr. 14) en in de nadere uitwerking daarvan in de als bijlage bij deze beleidsbrief opgenomen ‘Blauwdruk’ gegevensuitwisseling.
b. te bevorderen dat deze gegevensuitwisselingen zo worden opgezet dat er een zo gunstig mogelijke verhouding ontstaat tussen de opbrengsten en kosten en dat ze voor sociale diensten goed zijn in te passen in de werkprocessen;
c. te bevorderen dat bij het opzetten van het noodzakelijk gegevensverkeer zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van een toekomstvaste communicatie-infrastructuur;
d. aan de hand van nader te verrichten onderzoek te beoordelen of de vergoedingen die door het Rijk aan het Gemeentefonds zijn of worden toegevoegd toereikend zijn voor de extra kosten die gemeenten moeten maken voor het opzetten en uitvoeren van het gegevensverkeer met derden en te beoordelen in hoeverre bijstelling noodzakelijk is.