BWBR0006979
Geldig vanaf 1994-11-26
Artikel 9
Aanwijzingsbesluiten Oost-Westbaan luchtvaartterrein Maastricht zonder nachtvluchten
1. Op een nader aan te geven wijze vergoedt de Minister van Verkeer en Waterstaat aan de gemeente de koopsommen van grondverwerving alsmede de kosten van bouwrijp maken, welke ter verwezenlijking van bestaande bestemmingen zijn betaald voor 18 januari 1985, voor zover deze bedragen vergeefs blijken te zijn uitgegeven, alsmede de waardevermindering die de eigendommen en zakelijke rechten van de gemeente ondergaan, doordat bestaande bestemmingen als gevolg van deze aanwijzingen dienen te worden herzien.
2. Op het bedrag der koopsommen, respectievelijk kosten, wordt in mindering gebracht de waarde van de eigendommen welke de gemeente met deze koopsommen, respectievelijk kosten heeft verworven.
3. Onder bestaande bestemmingen worden verstaan bestemmingen, vastgelegd in een voor 18 januari 1985 onherroepelijk goedgekeurd (onderdeel van een) bestemmingsplan, ongeacht of op dat tijdstip de in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordeningbedoelde uitwerking reeds heeft plaatsgevonden, alsmede bestemmingen vastgelegd in een op dat tijdstip nog niet onherroepelijk goedgekeurd (onderdeel van een) bestemmingsplan voor zover Gedeputeerde Staten het bestemmingsplan op dat tijdstip hebben goedgekeurd en daartegen bij de Kroon geen beroepschriften met betrekking tot bezwaren verband houdend met geluidsoverlast aanhangig zijn. Tevens worden daaronder verstaan bestemmingen voor realisering waarvan met toepassing van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, of artikel 50, zesde lid, van de Woningwetvoor 18 januari 1985 vrijstelling, respectievelijk vergunning, is verleend van de voorschriften van geldende bestemmingsplannen.
2. Op het bedrag der koopsommen, respectievelijk kosten, wordt in mindering gebracht de waarde van de eigendommen welke de gemeente met deze koopsommen, respectievelijk kosten heeft verworven.
3. Onder bestaande bestemmingen worden verstaan bestemmingen, vastgelegd in een voor 18 januari 1985 onherroepelijk goedgekeurd (onderdeel van een) bestemmingsplan, ongeacht of op dat tijdstip de in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordeningbedoelde uitwerking reeds heeft plaatsgevonden, alsmede bestemmingen vastgelegd in een op dat tijdstip nog niet onherroepelijk goedgekeurd (onderdeel van een) bestemmingsplan voor zover Gedeputeerde Staten het bestemmingsplan op dat tijdstip hebben goedgekeurd en daartegen bij de Kroon geen beroepschriften met betrekking tot bezwaren verband houdend met geluidsoverlast aanhangig zijn. Tevens worden daaronder verstaan bestemmingen voor realisering waarvan met toepassing van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, of artikel 50, zesde lid, van de Woningwetvoor 18 januari 1985 vrijstelling, respectievelijk vergunning, is verleend van de voorschriften van geldende bestemmingsplannen.