BWBR0006966
Geldig vanaf 1994-12-01
Artikel 2
Instelling Werkgroep fiscale behandeling pensioenen
De werkgroep heeft de opdracht te onderzoeken welke aanpassingen in de fiscale behandeling van aanvullende oudedagsvoorzieningen en daarmee samenhangende fiscale regelingen wenselijk en mogelijk zijn met het oog op de vraag om flexibilisering en individualisering.
Hoewel het brede terrein van de oudedagsregelingen fiscaal gezien op een harmonieuze wijze moet zijn geregeld, zal het zwaartepunt van de werkzaamheden van de werkgroep moeten liggen op de fiscale behandeling van de pensioenpraktijk. Op basis van haar bevindingen kan zij aanbevelingen en voorstellen doen tot aanpassing van de criteria die thans gelden voor het fiscaal faciliëren van aanvullende oudedagsvoorzieningen en voor de daarmee samenhangende fiscale regelingen.
De werkgroep houdt bij haar onderzoek rekening met de ontwikkelingen op het terrein van de oudedagsvoorzieningen zelf zoals flexibilisering, individualisering, demografische ontwikkelingen e.d. en betrekt daarbij met name ook de economische aspecten (arbeidskosten, functioneren van markten, koopkracht), mede in een internationaal perspectief. De budgettaire aspecten van de onderscheiden voorstellen dienen nadrukkelijk in de afweging te worden betrokken terwijl de thans bestaande budgettaire kaders niet overschreden kunnen worden.
Hoewel het brede terrein van de oudedagsregelingen fiscaal gezien op een harmonieuze wijze moet zijn geregeld, zal het zwaartepunt van de werkzaamheden van de werkgroep moeten liggen op de fiscale behandeling van de pensioenpraktijk. Op basis van haar bevindingen kan zij aanbevelingen en voorstellen doen tot aanpassing van de criteria die thans gelden voor het fiscaal faciliëren van aanvullende oudedagsvoorzieningen en voor de daarmee samenhangende fiscale regelingen.
De werkgroep houdt bij haar onderzoek rekening met de ontwikkelingen op het terrein van de oudedagsvoorzieningen zelf zoals flexibilisering, individualisering, demografische ontwikkelingen e.d. en betrekt daarbij met name ook de economische aspecten (arbeidskosten, functioneren van markten, koopkracht), mede in een internationaal perspectief. De budgettaire aspecten van de onderscheiden voorstellen dienen nadrukkelijk in de afweging te worden betrokken terwijl de thans bestaande budgettaire kaders niet overschreden kunnen worden.