BWBR0006951
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 36
Kentekenreglement
1. De aanvraag van een vervangende kentekencard of een vervangende tenaamstellingscode geschiedt bij de Dienst Wegverkeer door degene die als tenaamgestelde in het kentekenregister is geregistreerd.
2. De Dienst Wegverkeer kan verlangen dat bij de aanvraag van een vervangende kentekencard de te vervangen kentekencard wordt ingeleverd alsmede dat een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs wordt overgelegd.
3. Indien een te vervangen kentekencard is afgegeven aan de houder van een voertuig en deze een vervangende kentekencard aanvraagt, kan de Dienst Wegverkeer in door deze dienst te bepalen gevallen verlangen dat de eigenaar voor de afgifte van de vervangende kentekencard en de tenaamstellingscode toestemming verleent. In deze gevallen kan de Dienst Wegverkeer bepalen dat de vervangende kentekencard en de tenaamstellingscode naar de eigenaar of een door deze aangewezen persoon worden gezonden.
4. De aanvraag van een vervangende tenaamstellingscode geschiedt onder overlegging van de kentekencard en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
5. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op een kentekencard die hoort bij een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b.
2. De Dienst Wegverkeer kan verlangen dat bij de aanvraag van een vervangende kentekencard de te vervangen kentekencard wordt ingeleverd alsmede dat een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs wordt overgelegd.
3. Indien een te vervangen kentekencard is afgegeven aan de houder van een voertuig en deze een vervangende kentekencard aanvraagt, kan de Dienst Wegverkeer in door deze dienst te bepalen gevallen verlangen dat de eigenaar voor de afgifte van de vervangende kentekencard en de tenaamstellingscode toestemming verleent. In deze gevallen kan de Dienst Wegverkeer bepalen dat de vervangende kentekencard en de tenaamstellingscode naar de eigenaar of een door deze aangewezen persoon worden gezonden.
4. De aanvraag van een vervangende tenaamstellingscode geschiedt onder overlegging van de kentekencard en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
5. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op een kentekencard die hoort bij een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b.