BWBR0006950
Geldig vanaf 1994-12-19
Artikel 31
Besluit woninggebonden subsidies 1995
1. Onze Minister kan een besluit tot toekenning van een budget voorts geheel of gedeeltelijk intrekken, indien:
a. de gegevens op grond waarvan dat budget is toegekend zodanig onjuist blijken te zijn dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen;
b. de omstandigheden sedert het tijdstip waarop dat budget is toegekend zodanig zijn gewijzigd, dat: 1°. het budgethoudende bestuursorgaan redelijkerwijs niet of niet tijdig in staat is ten laste van dat budget of een belangrijk deel daarvan op zodanige wijze subsidie te verstrekken voor het bouwen van woningen, standplaatsen of woonwagens of het treffen van ingrijpende voorzieningen aan woningen, dat wordt voldaan aan de voorwaarden, gesteld bij of krachtens dit besluit, of
2°. het algemeen bestuur van een regionaal openbaar lichaam of budgetbeherend samenwerkingsverband of de raad van een budgetbeherende gemeente redelijkerwijs niet of niet tijdig in staat is ten laste van dat budget of een belangrijk deel daarvan op zodanige wijze te besluiten tot een van de activiteiten, genoemd onder 1°, dat wordt voldaan aan de voorwaarden, gesteld bij of krachtens dit besluit, of
1°. het budgethoudende bestuursorgaan redelijkerwijs niet of niet tijdig in staat is ten laste van dat budget of een belangrijk deel daarvan op zodanige wijze subsidie te verstrekken voor het bouwen van woningen, standplaatsen of woonwagens of het treffen van ingrijpende voorzieningen aan woningen, dat wordt voldaan aan de voorwaarden, gesteld bij of krachtens dit besluit, of
2°. het algemeen bestuur van een regionaal openbaar lichaam of budgetbeherend samenwerkingsverband of de raad van een budgetbeherende gemeente redelijkerwijs niet of niet tijdig in staat is ten laste van dat budget of een belangrijk deel daarvan op zodanige wijze te besluiten tot een van de activiteiten, genoemd onder 1°, dat wordt voldaan aan de voorwaarden, gesteld bij of krachtens dit besluit, of
c. niet binnen de krachtens artikel 2, derde volzin, gestelde termijn gevolg is gegeven aan een aanwijzing als bedoeld in de eerste volzin van dat artikel.
2. Artikel 30, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
a. de gegevens op grond waarvan dat budget is toegekend zodanig onjuist blijken te zijn dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen;
b. de omstandigheden sedert het tijdstip waarop dat budget is toegekend zodanig zijn gewijzigd, dat: 1°. het budgethoudende bestuursorgaan redelijkerwijs niet of niet tijdig in staat is ten laste van dat budget of een belangrijk deel daarvan op zodanige wijze subsidie te verstrekken voor het bouwen van woningen, standplaatsen of woonwagens of het treffen van ingrijpende voorzieningen aan woningen, dat wordt voldaan aan de voorwaarden, gesteld bij of krachtens dit besluit, of
2°. het algemeen bestuur van een regionaal openbaar lichaam of budgetbeherend samenwerkingsverband of de raad van een budgetbeherende gemeente redelijkerwijs niet of niet tijdig in staat is ten laste van dat budget of een belangrijk deel daarvan op zodanige wijze te besluiten tot een van de activiteiten, genoemd onder 1°, dat wordt voldaan aan de voorwaarden, gesteld bij of krachtens dit besluit, of
1°. het budgethoudende bestuursorgaan redelijkerwijs niet of niet tijdig in staat is ten laste van dat budget of een belangrijk deel daarvan op zodanige wijze subsidie te verstrekken voor het bouwen van woningen, standplaatsen of woonwagens of het treffen van ingrijpende voorzieningen aan woningen, dat wordt voldaan aan de voorwaarden, gesteld bij of krachtens dit besluit, of
2°. het algemeen bestuur van een regionaal openbaar lichaam of budgetbeherend samenwerkingsverband of de raad van een budgetbeherende gemeente redelijkerwijs niet of niet tijdig in staat is ten laste van dat budget of een belangrijk deel daarvan op zodanige wijze te besluiten tot een van de activiteiten, genoemd onder 1°, dat wordt voldaan aan de voorwaarden, gesteld bij of krachtens dit besluit, of
c. niet binnen de krachtens artikel 2, derde volzin, gestelde termijn gevolg is gegeven aan een aanwijzing als bedoeld in de eerste volzin van dat artikel.
2. Artikel 30, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.