BWBR0006948
Geldig vanaf 1994-10-19
Artikel 9
Regeling keuringsvoorschriften motorrijtuigen luchtverontreiniging
1. Voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van het besluitdie in Nederland nog niet zijn toegelaten tot het verkeer op de weg, houdt de goedkeuring, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder a of c, van het besluit, op te gelden, en houdt de mededeling, bedoeld in dat lid, onder b, op van kracht te zijn:
a. met ingang van 1 oktober 1993, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 88/77, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 96/1 en bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in regel A van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I van richtlijn 88/77;
b. met ingang van 1 oktober 1996, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 88/77, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 96/1 en bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in regel B van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I van richtlijn 88/77;
c. met ingang van 1 oktober 2001, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 88/77, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 1999/96 en bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in rij A van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I van richtlijn 88/77;
d. met ingang van 1 oktober 2006, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 88/77, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 1999/96, of aan de hand van richtlijn 2005/55/EG en bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in rij B.1 van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I bij richtlijn 2005/55/EG;
e. met ingang van 1 oktober 2009, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 88/77, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 1999/96, of aan de hand van richtlijn 2005/55/EG en bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in rij B.2 van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I bij richtlijn 2005/55/EG;
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de goedkeuring en de mededeling, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van het besluit, in geval van verbrandingsmotoren met elektrische ontsteking aangedreven door al dan niet tot vloeistof verdicht gas of dieselmotoren, bestemd voor het aandrijven van motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van het besluit, die nog niet in deze motorrijtuigen zijn gemonteerd, tenzij het betreft motoren bestemd voor het aandrijven van motorrijtuigen die bestemd zijn voor het vervoer van personen, met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg, die ten hoogste 8 zitplaatsen hebben, die van de bestuurder niet meegerekend.
a. met ingang van 1 oktober 1993, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 88/77, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 96/1 en bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in regel A van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I van richtlijn 88/77;
b. met ingang van 1 oktober 1996, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 88/77, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 96/1 en bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in regel B van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I van richtlijn 88/77;
c. met ingang van 1 oktober 2001, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 88/77, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 1999/96 en bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in rij A van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I van richtlijn 88/77;
d. met ingang van 1 oktober 2006, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 88/77, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 1999/96, of aan de hand van richtlijn 2005/55/EG en bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in rij B.1 van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I bij richtlijn 2005/55/EG;
e. met ingang van 1 oktober 2009, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van richtlijn 88/77, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn 1999/96, of aan de hand van richtlijn 2005/55/EG en bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in rij B.2 van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I bij richtlijn 2005/55/EG;
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de goedkeuring en de mededeling, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van het besluit, in geval van verbrandingsmotoren met elektrische ontsteking aangedreven door al dan niet tot vloeistof verdicht gas of dieselmotoren, bestemd voor het aandrijven van motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van het besluit, die nog niet in deze motorrijtuigen zijn gemonteerd, tenzij het betreft motoren bestemd voor het aandrijven van motorrijtuigen die bestemd zijn voor het vervoer van personen, met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg, die ten hoogste 8 zitplaatsen hebben, die van de bestuurder niet meegerekend.