BWBR0006847
Geldig vanaf 2001-07-15
Artikel 1
Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften;
b. administratieve sanctie: de administratieve sanctie, bedoeld in artikel 1 van de wet;
c. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
d. bevoegde ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2 van dit besluit;
e. hoofdofficier van justitie: de officier van justitie, hoofd van het arrondissementsparket.
2. Als korpschef in de zin van dit besluit wordt aangemerkt met betrekking tot:
a. de ambtenaren, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en b: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;
b. de ambtenaren, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c: 1. voor de toepassing van artikel 3: de betrokken districtscommandant,
2. voor de toepassing van de overige artikelen: de commandant van de Koninklijke marechaussee;
1. voor de toepassing van artikel 3: de betrokken districtscommandant,
2. voor de toepassing van de overige artikelen: de commandant van de Koninklijke marechaussee;
c. de ambtenaren, bedoeld in artikel 2, tweede lid: het hoofd van de organisatie, waarbij zij werkzaam zijn.
3. In dit besluit wordt verstaan onder «toezichthouder» respectievelijk «direct toezichthouder» hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.
a. wet: de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften;
b. administratieve sanctie: de administratieve sanctie, bedoeld in artikel 1 van de wet;
c. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
d. bevoegde ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2 van dit besluit;
e. hoofdofficier van justitie: de officier van justitie, hoofd van het arrondissementsparket.
2. Als korpschef in de zin van dit besluit wordt aangemerkt met betrekking tot:
a. de ambtenaren, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en b: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;
b. de ambtenaren, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c: 1. voor de toepassing van artikel 3: de betrokken districtscommandant,
2. voor de toepassing van de overige artikelen: de commandant van de Koninklijke marechaussee;
1. voor de toepassing van artikel 3: de betrokken districtscommandant,
2. voor de toepassing van de overige artikelen: de commandant van de Koninklijke marechaussee;
c. de ambtenaren, bedoeld in artikel 2, tweede lid: het hoofd van de organisatie, waarbij zij werkzaam zijn.
3. In dit besluit wordt verstaan onder «toezichthouder» respectievelijk «direct toezichthouder» hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.