1. In beginsel worden opsporingshandelingen als bedoeld in de
artikelen 52 tot en met 62 van het Wetboek van Strafvorderingverricht door ambtenaren, belast met een politietaak ter plaatse.
2. Ambtenaren van de Dienst Bijzondere Recherchezaken onthouden zich in de regel van het opmaken van procesverbaal terzake van terroristische misdrijven. Dit geschiedt in beginsel steeds door ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak ter plaatse.
3. Van de door de ambtenaren van de Dienst Bijzondere Recherchezaken zelfstandig opgemaakte processen-verbaal wordt een afschrift gezonden aan de landelijk officier van justitie.