BWBR0006828
Geldig vanaf 1994-08-24
Artikel 4
Tijdelijk besluit uitstroombevorderende maatregel Defensie
1. De werknemer, genoemd in artikel 1, onderdeel b., ten eerste, heeft tenzij de toepassing van artikel 4 van de Militaire wachtgeldregeling 1961 tot een gelijkluidend of hoger bedrag zou leiden, gedurende de wachtgeldperiode aanspraak op een aanvulling op het ingevolge die toepassing geldende bedrag van het wachtgeld tot 80% van de laatstelijk genoten bezoldiging, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f., van de Militaire wachtgeldregeling 1961.
2. Artikel 58, eerste lid en de artikelen 90, 90aen 90b van het Algemeen militair ambtenarenreglementzijn van toepassing op de ontslagen werknemer.
3. De werknemer, genoemd in artikel 1, onderdeel b., ten tweede, heeft, tenzij de toepassing van artikel 11 van het Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie of van artikel 12 van het Uitkeringsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie tot een gelijkluidend of hoger bedrag zou leiden, gedurende de wachtgeldperiode aanspraak op een aanvulling op het ingevolge die toepassing geldende bedrag van het wachtgeld tot 80% van de bezoldiging, als bedoeld in artikel 5 van het Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, respectievelijk artikel 5 van het Uitkeringsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.
4. De periode, waarvoor de uitstroom bevorderende maatregel geldt, eindigt, indien sprake is van ontslag wegens overtolligheid
a. voor de werknemer, genoemd in artikel 1, onderdeel b, ten eerste, zodra deze aanspraak op een uitkering ingevolge de Uitkeringswet gewezen militairen heeft;
b. voor de werknemer, genoemd in artikel 1, onderdeel b, ten tweede, met ingang van de in dat onderdeel bedoelde dag of zoveel eerder als die werknemer de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt dan wel zoveel eerder als hij de diensttijd die geldig is voor de in artikel 114 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie bedoelde uitkering, voor ten minste 40 jaren zou hebben vervuld.
2. Artikel 58, eerste lid en de artikelen 90, 90aen 90b van het Algemeen militair ambtenarenreglementzijn van toepassing op de ontslagen werknemer.
3. De werknemer, genoemd in artikel 1, onderdeel b., ten tweede, heeft, tenzij de toepassing van artikel 11 van het Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie of van artikel 12 van het Uitkeringsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie tot een gelijkluidend of hoger bedrag zou leiden, gedurende de wachtgeldperiode aanspraak op een aanvulling op het ingevolge die toepassing geldende bedrag van het wachtgeld tot 80% van de bezoldiging, als bedoeld in artikel 5 van het Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, respectievelijk artikel 5 van het Uitkeringsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.
4. De periode, waarvoor de uitstroom bevorderende maatregel geldt, eindigt, indien sprake is van ontslag wegens overtolligheid
a. voor de werknemer, genoemd in artikel 1, onderdeel b, ten eerste, zodra deze aanspraak op een uitkering ingevolge de Uitkeringswet gewezen militairen heeft;
b. voor de werknemer, genoemd in artikel 1, onderdeel b, ten tweede, met ingang van de in dat onderdeel bedoelde dag of zoveel eerder als die werknemer de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt dan wel zoveel eerder als hij de diensttijd die geldig is voor de in artikel 114 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie bedoelde uitkering, voor ten minste 40 jaren zou hebben vervuld.