BWBR0006781
Geldig vanaf 1994-08-31
Artikel 13
Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen
1. In afwijking van artikel 12, tweede lid, wordt het afleggen van een proeve van bekwaamheid als aanvullend vereiste gesteld indien:
a. voor de toelating tot het beroep een diploma wordt vereist en aanvrager in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2 dan wel in artikel 3, en tevens
b. voor het uitoefenen van het beroep waarvoor een EG-verklaring wordt gevraagd, gedetailleerde kennis van onderdelen van het Nederlands recht is vereist en het verstrekken van adviezen of het verlenen van bijstand op het gebied van het Nederlands recht een wezenlijk onderdeel van de uitoefening van het beroep vormt, dan wel
c. voor de toelating tot het beroep een opleiding op het niveau van het hoger onderwijs met een cursusduur van ten minste drie jaren wordt vereist.
2. In afwijking van artikel 12, tweede lid, kan de bevoegde autoriteit zich de keuze tussen een aanpassingsstage en een proeve van bekwaamheid voorbehouden indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder d, ten vijfde.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere dan de in het eerste lid bedoelde beroepen worden aangewezen waarvoor de bevoegde autoriteit een uitzondering kan maken op het keuzerecht van de aanvrager.
a. voor de toelating tot het beroep een diploma wordt vereist en aanvrager in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2 dan wel in artikel 3, en tevens
b. voor het uitoefenen van het beroep waarvoor een EG-verklaring wordt gevraagd, gedetailleerde kennis van onderdelen van het Nederlands recht is vereist en het verstrekken van adviezen of het verlenen van bijstand op het gebied van het Nederlands recht een wezenlijk onderdeel van de uitoefening van het beroep vormt, dan wel
c. voor de toelating tot het beroep een opleiding op het niveau van het hoger onderwijs met een cursusduur van ten minste drie jaren wordt vereist.
2. In afwijking van artikel 12, tweede lid, kan de bevoegde autoriteit zich de keuze tussen een aanpassingsstage en een proeve van bekwaamheid voorbehouden indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder d, ten vijfde.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere dan de in het eerste lid bedoelde beroepen worden aangewezen waarvoor de bevoegde autoriteit een uitzondering kan maken op het keuzerecht van de aanvrager.