BWBR0006768
Geldig vanaf 1994-07-15
Artikel IV
Wijzigingsbesluit Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975, enz.
A. Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
B. Degene, die vóór 1 april 1994 als ambtenaar, bedoeld in artikel 1, sub e, van het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie 1958, en na 1 april 1994 als ambtenaar, bedoeld in artikel 1 van het Besluit algemene rechtspositie politie, en degene die als ambtenaar, bedoeld in het Ambtenarenreglement LSOP, voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit belanghebbende was in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a, van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 en die op zijn bijzondere spaarrekening in de zin van artikel 4 van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 een op zijn bezoldiging ingehouden bedrag had uitstaan, komt in aanmerking voor de toekenning van een spaarpremie over dat bedrag met overeenkomstige toepassing van die regeling.
C. Ten aanzien van het op grond van artikel 4 van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 op de bezoldiging ingehouden en op de bijzondere spaarrekening, van de onder B bedoelde ambtenaar, uitstaande bedrag dat nog niet voldoet aan de in die regeling gestelde voorwaarden voor toekenning van de spaarpremie, geldt, dat dit uitstaande bedrag gelijk gesteld wordt met het bedrag dat de volle termijn van vier jaren heeft vastgestaan en derhalve in aanmerking komt voor de toekenning van een spaarpremie over dat bedrag met overeenkomstige toepassing van die regeling.
D. De onder B bedoelde ambtenaar, die voor de inwerkingtreding van dit besluit belanghebbende was in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a, van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 en betalingen heeft verricht in de zin van artikel 5 van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 komt in aanmerking voor de toekenning van een premie met overeenkomstige toepassing van die regeling.
B. Degene, die vóór 1 april 1994 als ambtenaar, bedoeld in artikel 1, sub e, van het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie 1958, en na 1 april 1994 als ambtenaar, bedoeld in artikel 1 van het Besluit algemene rechtspositie politie, en degene die als ambtenaar, bedoeld in het Ambtenarenreglement LSOP, voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit belanghebbende was in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a, van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 en die op zijn bijzondere spaarrekening in de zin van artikel 4 van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 een op zijn bezoldiging ingehouden bedrag had uitstaan, komt in aanmerking voor de toekenning van een spaarpremie over dat bedrag met overeenkomstige toepassing van die regeling.
C. Ten aanzien van het op grond van artikel 4 van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 op de bezoldiging ingehouden en op de bijzondere spaarrekening, van de onder B bedoelde ambtenaar, uitstaande bedrag dat nog niet voldoet aan de in die regeling gestelde voorwaarden voor toekenning van de spaarpremie, geldt, dat dit uitstaande bedrag gelijk gesteld wordt met het bedrag dat de volle termijn van vier jaren heeft vastgestaan en derhalve in aanmerking komt voor de toekenning van een spaarpremie over dat bedrag met overeenkomstige toepassing van die regeling.
D. De onder B bedoelde ambtenaar, die voor de inwerkingtreding van dit besluit belanghebbende was in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a, van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 en betalingen heeft verricht in de zin van artikel 5 van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 komt in aanmerking voor de toekenning van een premie met overeenkomstige toepassing van die regeling.