BWBR0006757
Geldig vanaf 1994-07-03
Artikel 2
Vaststelling regionaal examenprogramma Nautische Sector Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam
Het examenprogramma voor de modules van het regionaal examen ter verkrijging van de regionale kwalificatie Amsterdam/Noordzeekanaalgebied bevat de volgende eisen:
a. voor de module regionale communicatieprocedures: 1º. grondige kennis van: radio en telefonieprocedures conform de vigerende regelgeving bij het verstrekken van verkeersinformatie, de voorschriften betreffende marifoonblokgebieden in de regio, meldingsplicht zeevaart, binnenvaart, visserij- en pleziervaart;
2º. kennis van: de bediening en werking van de ter beschikking staande radiotelefonie apparatuur en andere communicatiemiddelen;
3º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: radio en telefonieprocedures conform de vigerende regelgeving bij het verstrekken van verkeersinformatie, de voorschriften betreffende marifoonblokgebieden in de regio, meldingsplicht zeevaart, binnenvaart, visserij- en pleziervaart;
2º. kennis van: de bediening en werking van de ter beschikking staande radiotelefonie apparatuur en andere communicatiemiddelen;
3º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
b. voor de module regionale nautische kennis: 1º. grondige kennis van: de nautische infrastructuur (kunstwerken, soorten steigers, kaden, boeien e.d.);
2º. grondige kennis van: de hydrografische aspecten in de regio;
3º. kennis van: de nautische en hydrografische publikaties in de regio;
4º. kennis van: de tijpoortregelingen in de regio;
5º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 4° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: de nautische infrastructuur (kunstwerken, soorten steigers, kaden, boeien e.d.);
2º. grondige kennis van: de hydrografische aspecten in de regio;
3º. kennis van: de nautische en hydrografische publikaties in de regio;
4º. kennis van: de tijpoortregelingen in de regio;
5º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 4° genoemde vakken.
c. voor de module verkeersdienstapparatuur: 1º. grondige kennis van: bediening en mogelijkheden van de in de regio gebruikte walapparatuur;
2º. grondige kennis van: bediening en mogelijkheden van de informatieverwerkende systemen en randapparatuur benodigd voor het uitoefenen van de functie;
3º. begrip van: de voornaamste technische aspecten en de inzetbaarheid van patrouilleboten;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: bediening en mogelijkheden van de in de regio gebruikte walapparatuur;
2º. grondige kennis van: bediening en mogelijkheden van de informatieverwerkende systemen en randapparatuur benodigd voor het uitoefenen van de functie;
3º. begrip van: de voornaamste technische aspecten en de inzetbaarheid van patrouilleboten;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
d. voor de module regionale scheepvaartverkeersreglementering: 1º. grondige kennis van: de relevante reglementering in de regio met betrekking tot het scheepvaartverkeer;
2º. kennis van: de lokale havenreglementen;
3º. kennis van: de voor de regio relevante reglementering met betrekking tot milieu en vervoer gevaarlijke stoffen, schutregeling sluizen met betrekking tot gevaarlijke stoffen;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 3° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: de relevante reglementering in de regio met betrekking tot het scheepvaartverkeer;
2º. kennis van: de lokale havenreglementen;
3º. kennis van: de voor de regio relevante reglementering met betrekking tot milieu en vervoer gevaarlijke stoffen, schutregeling sluizen met betrekking tot gevaarlijke stoffen;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 3° genoemde vakken.
e. voor de module topografie en geografie: 1º. grondige kennis van: de topografie in de regio;
2º. grondige kennis van: de bijzonderheden en voorschriften betreffende kunstwerken, ligplaatsen, (nood)ankerplaatsen, en dergelijke;
3º. grondige kennis van: (de watergebonden) bedrijven en de relevante kenmerken van hun produktieprocessen en risicofactoren;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 3° genoemde vakken bij de verkeersplanning, schutplanning en toewijzing van ligplaatsen.
1º. grondige kennis van: de topografie in de regio;
2º. grondige kennis van: de bijzonderheden en voorschriften betreffende kunstwerken, ligplaatsen, (nood)ankerplaatsen, en dergelijke;
3º. grondige kennis van: (de watergebonden) bedrijven en de relevante kenmerken van hun produktieprocessen en risicofactoren;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 3° genoemde vakken bij de verkeersplanning, schutplanning en toewijzing van ligplaatsen.
f. voor de module regionale verkeersdienst: 1º. grondige kennis van: de richtlijnen ter uitvoering van regelingen voor het verkeersbegeleidend systeem in de regio;
2º. kennis van: de organisatie, doelstelling en taak van het Gemeentelijk Havenbedrijf en de nautische sector in de regio;
3º. kennis van: de in de regio van toepassing zijnde nautische samenwerkingsregelingen met overige instanties;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 3° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: de richtlijnen ter uitvoering van regelingen voor het verkeersbegeleidend systeem in de regio;
2º. kennis van: de organisatie, doelstelling en taak van het Gemeentelijk Havenbedrijf en de nautische sector in de regio;
3º. kennis van: de in de regio van toepassing zijnde nautische samenwerkingsregelingen met overige instanties;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 3° genoemde vakken.
g. voor de module regionale organisatie van de verkeersafwikkeling: 1º. grondige kennis van: organisatie en afhandeling van de scheepvaart in de regio met alle bijbehorende aspecten in het totale aandachtsgebied inclusief de nautische samenwerkingsregelingen met derden;
2º. grondige kennis van: de procedures met betrekking tot de verkeersafwikkeling;
3º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: organisatie en afhandeling van de scheepvaart in de regio met alle bijbehorende aspecten in het totale aandachtsgebied inclusief de nautische samenwerkingsregelingen met derden;
2º. grondige kennis van: de procedures met betrekking tot de verkeersafwikkeling;
3º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
a. voor de module regionale communicatieprocedures: 1º. grondige kennis van: radio en telefonieprocedures conform de vigerende regelgeving bij het verstrekken van verkeersinformatie, de voorschriften betreffende marifoonblokgebieden in de regio, meldingsplicht zeevaart, binnenvaart, visserij- en pleziervaart;
2º. kennis van: de bediening en werking van de ter beschikking staande radiotelefonie apparatuur en andere communicatiemiddelen;
3º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: radio en telefonieprocedures conform de vigerende regelgeving bij het verstrekken van verkeersinformatie, de voorschriften betreffende marifoonblokgebieden in de regio, meldingsplicht zeevaart, binnenvaart, visserij- en pleziervaart;
2º. kennis van: de bediening en werking van de ter beschikking staande radiotelefonie apparatuur en andere communicatiemiddelen;
3º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
b. voor de module regionale nautische kennis: 1º. grondige kennis van: de nautische infrastructuur (kunstwerken, soorten steigers, kaden, boeien e.d.);
2º. grondige kennis van: de hydrografische aspecten in de regio;
3º. kennis van: de nautische en hydrografische publikaties in de regio;
4º. kennis van: de tijpoortregelingen in de regio;
5º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 4° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: de nautische infrastructuur (kunstwerken, soorten steigers, kaden, boeien e.d.);
2º. grondige kennis van: de hydrografische aspecten in de regio;
3º. kennis van: de nautische en hydrografische publikaties in de regio;
4º. kennis van: de tijpoortregelingen in de regio;
5º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 4° genoemde vakken.
c. voor de module verkeersdienstapparatuur: 1º. grondige kennis van: bediening en mogelijkheden van de in de regio gebruikte walapparatuur;
2º. grondige kennis van: bediening en mogelijkheden van de informatieverwerkende systemen en randapparatuur benodigd voor het uitoefenen van de functie;
3º. begrip van: de voornaamste technische aspecten en de inzetbaarheid van patrouilleboten;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: bediening en mogelijkheden van de in de regio gebruikte walapparatuur;
2º. grondige kennis van: bediening en mogelijkheden van de informatieverwerkende systemen en randapparatuur benodigd voor het uitoefenen van de functie;
3º. begrip van: de voornaamste technische aspecten en de inzetbaarheid van patrouilleboten;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
d. voor de module regionale scheepvaartverkeersreglementering: 1º. grondige kennis van: de relevante reglementering in de regio met betrekking tot het scheepvaartverkeer;
2º. kennis van: de lokale havenreglementen;
3º. kennis van: de voor de regio relevante reglementering met betrekking tot milieu en vervoer gevaarlijke stoffen, schutregeling sluizen met betrekking tot gevaarlijke stoffen;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 3° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: de relevante reglementering in de regio met betrekking tot het scheepvaartverkeer;
2º. kennis van: de lokale havenreglementen;
3º. kennis van: de voor de regio relevante reglementering met betrekking tot milieu en vervoer gevaarlijke stoffen, schutregeling sluizen met betrekking tot gevaarlijke stoffen;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 3° genoemde vakken.
e. voor de module topografie en geografie: 1º. grondige kennis van: de topografie in de regio;
2º. grondige kennis van: de bijzonderheden en voorschriften betreffende kunstwerken, ligplaatsen, (nood)ankerplaatsen, en dergelijke;
3º. grondige kennis van: (de watergebonden) bedrijven en de relevante kenmerken van hun produktieprocessen en risicofactoren;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 3° genoemde vakken bij de verkeersplanning, schutplanning en toewijzing van ligplaatsen.
1º. grondige kennis van: de topografie in de regio;
2º. grondige kennis van: de bijzonderheden en voorschriften betreffende kunstwerken, ligplaatsen, (nood)ankerplaatsen, en dergelijke;
3º. grondige kennis van: (de watergebonden) bedrijven en de relevante kenmerken van hun produktieprocessen en risicofactoren;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 3° genoemde vakken bij de verkeersplanning, schutplanning en toewijzing van ligplaatsen.
f. voor de module regionale verkeersdienst: 1º. grondige kennis van: de richtlijnen ter uitvoering van regelingen voor het verkeersbegeleidend systeem in de regio;
2º. kennis van: de organisatie, doelstelling en taak van het Gemeentelijk Havenbedrijf en de nautische sector in de regio;
3º. kennis van: de in de regio van toepassing zijnde nautische samenwerkingsregelingen met overige instanties;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 3° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: de richtlijnen ter uitvoering van regelingen voor het verkeersbegeleidend systeem in de regio;
2º. kennis van: de organisatie, doelstelling en taak van het Gemeentelijk Havenbedrijf en de nautische sector in de regio;
3º. kennis van: de in de regio van toepassing zijnde nautische samenwerkingsregelingen met overige instanties;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 3° genoemde vakken.
g. voor de module regionale organisatie van de verkeersafwikkeling: 1º. grondige kennis van: organisatie en afhandeling van de scheepvaart in de regio met alle bijbehorende aspecten in het totale aandachtsgebied inclusief de nautische samenwerkingsregelingen met derden;
2º. grondige kennis van: de procedures met betrekking tot de verkeersafwikkeling;
3º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: organisatie en afhandeling van de scheepvaart in de regio met alle bijbehorende aspecten in het totale aandachtsgebied inclusief de nautische samenwerkingsregelingen met derden;
2º. grondige kennis van: de procedures met betrekking tot de verkeersafwikkeling;
3º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.