BWBR0006740
Geldig vanaf 1994-06-19
Artikel 3
Regeling spaarloon politie
1. Het in artikel 2bedoelde verzoek wordt schriftelijk gedaan op een door het bevoegde gezag nader te bepalen wijze.
2. Indien het bevoegde gezag geen spaarinstelling heeft aangewezen, overlegt de ambtenaar bij zijn verzoek een op schrift gestelde verklaring van een financiële instelling als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen, waarbij hij een spaarloonrekening heeft geopend, waaruit blijkt dat:
a. deze instelling ten aanzien van die spaarloonrekening conform de bepalingen van deze regeling en de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen zal handelen;
b. deze instelling, indien het spaarbedrag wordt gestort op een spaarloonrekening, het bevoegde gezag direct na afloop van elk kalenderjaar waarin de ambtenaar heeft gespaard een schriftelijke opgave zal verstrekken waaruit het verloop van diens spaartegoed blijkt voor zover het betreft: 1. het spaarloon;
2. op het tegoed gekweekte inkomsten over de periode waarin het spaarloon ingevolge deze regeling niet ter beschikking van de ambtenaar komt;
1. het spaarloon;
2. op het tegoed gekweekte inkomsten over de periode waarin het spaarloon ingevolge deze regeling niet ter beschikking van de ambtenaar komt;
c. deze instelling ingeval van de opneming van spaargelden als bedoeld in artikel 11, tweede lid, de alsdan in te houden bedragen in verband met loonheffing, alsmede de premies ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Werkloosheidswet en de Ziektewet, dan wel hetgeen daarmee overeenkomt, volgens opgave van het bevoegde gezag aan hem zal doen toekomen.
2. Indien het bevoegde gezag geen spaarinstelling heeft aangewezen, overlegt de ambtenaar bij zijn verzoek een op schrift gestelde verklaring van een financiële instelling als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen, waarbij hij een spaarloonrekening heeft geopend, waaruit blijkt dat:
a. deze instelling ten aanzien van die spaarloonrekening conform de bepalingen van deze regeling en de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen zal handelen;
b. deze instelling, indien het spaarbedrag wordt gestort op een spaarloonrekening, het bevoegde gezag direct na afloop van elk kalenderjaar waarin de ambtenaar heeft gespaard een schriftelijke opgave zal verstrekken waaruit het verloop van diens spaartegoed blijkt voor zover het betreft: 1. het spaarloon;
2. op het tegoed gekweekte inkomsten over de periode waarin het spaarloon ingevolge deze regeling niet ter beschikking van de ambtenaar komt;
1. het spaarloon;
2. op het tegoed gekweekte inkomsten over de periode waarin het spaarloon ingevolge deze regeling niet ter beschikking van de ambtenaar komt;
c. deze instelling ingeval van de opneming van spaargelden als bedoeld in artikel 11, tweede lid, de alsdan in te houden bedragen in verband met loonheffing, alsmede de premies ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Werkloosheidswet en de Ziektewet, dan wel hetgeen daarmee overeenkomt, volgens opgave van het bevoegde gezag aan hem zal doen toekomen.