BWBR0006715
Geldig vanaf 1994-06-22
Artikel 5
Besluit subsidies zeescheepsnieuwbouw 1994
1. Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag door voor een ondernemer jaarlijks op aanvraag een budget vast te stellen, waarbinnen aan de ondernemer subsidie kan worden verleend.
2. Voor de vaststelling van een budget komen in aanmerking degenen ten aanzien van wie op het moment van beslissing op de aanvraag geen surseance van betaling geldt noch een verzoek tot faillietverklaring of tot het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen bij de rechtbank in behandeling is en die in ten minste één van de vijf kalenderjaren, die voorafgaan aan het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, productiewaarde als bedoeld in het vierde lid hebben gerealiseerd:
a. ter zake van het als hoofdaannemer in Nederland uitvoeren van een opdracht voor de bouw van een zeeschip, tenzij het zeeschip voor 90 procent of meer door een of meer onderaannemers is gebouwd, of
b. ter zake van het als onderaannemer in Nederland uitvoeren van een opdracht voor het voor ten minste 90 procent bouwen van een zeeschip.
3. Het budget bedraagt een gedeelte van het ingevolge artikel 4beschikbare bedrag, dat evenredig is met het aandeel van de gemiddelde gewogen productiewaarde van de aanvrager in de totale gemiddelde gewogen productiewaarden van allen, die een aanvraag om vaststelling van een budget hebben ingediend en die voldoen aan het tweede lid.
4. Onder de productiewaarde wordt verstaan het overeenkomstig artikel 377, derde lid, aanhef en onder a en b, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboekbepaalde bedrag:
a. ter zake van het als hoofdaannemer in Nederland uitvoeren van opdrachten voor de bouw van zeeschepen, tenzij het zeeschip voor 90 procent of meer door een of meer onderaannemers is gebouwd, en
b. ter zake van het als onderaannemer in Nederland uitvoeren van opdrachten voor de bouw van in Nederland te bouwen zeeschepen of delen daarvan.
5. De gewogen productiewaarde van een aanvrager wordt bepaald door voor ieder van de in de drie kalenderjaren, die voorafgaan aan het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, onder handen zijnde opdrachten de productiewaarde, voor zover gerealiseerd in dat kalenderjaar, te vermenigvuldigen met een percentage. Dit percentage is afhankelijk van de eindprijs van de desbetreffende opdracht en komt overeen met de ingevolge artikel 11vastgestelde percentages, met dien verstande dat voor opdrachten met een eindprijs van minder dan € 1.815.120,86 het percentage van 4,5 geldt. De bij elkaar opgetelde uitkomsten van deze vermenigvuldigingen vormen de gewogen produktiewaarde voor dat kalenderjaar.
6. De gemiddelde gewogen productiewaarde van een aanvrager is het gemiddelde van de gewogen productiewaarden, die hij heeft gerealiseerd in de twee van de drie in het vijfde lid genoemde kalenderjaren waarin hij de hoogste gewogen productiewaarden heeft gerealiseerd.
2. Voor de vaststelling van een budget komen in aanmerking degenen ten aanzien van wie op het moment van beslissing op de aanvraag geen surseance van betaling geldt noch een verzoek tot faillietverklaring of tot het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen bij de rechtbank in behandeling is en die in ten minste één van de vijf kalenderjaren, die voorafgaan aan het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, productiewaarde als bedoeld in het vierde lid hebben gerealiseerd:
a. ter zake van het als hoofdaannemer in Nederland uitvoeren van een opdracht voor de bouw van een zeeschip, tenzij het zeeschip voor 90 procent of meer door een of meer onderaannemers is gebouwd, of
b. ter zake van het als onderaannemer in Nederland uitvoeren van een opdracht voor het voor ten minste 90 procent bouwen van een zeeschip.
3. Het budget bedraagt een gedeelte van het ingevolge artikel 4beschikbare bedrag, dat evenredig is met het aandeel van de gemiddelde gewogen productiewaarde van de aanvrager in de totale gemiddelde gewogen productiewaarden van allen, die een aanvraag om vaststelling van een budget hebben ingediend en die voldoen aan het tweede lid.
4. Onder de productiewaarde wordt verstaan het overeenkomstig artikel 377, derde lid, aanhef en onder a en b, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboekbepaalde bedrag:
a. ter zake van het als hoofdaannemer in Nederland uitvoeren van opdrachten voor de bouw van zeeschepen, tenzij het zeeschip voor 90 procent of meer door een of meer onderaannemers is gebouwd, en
b. ter zake van het als onderaannemer in Nederland uitvoeren van opdrachten voor de bouw van in Nederland te bouwen zeeschepen of delen daarvan.
5. De gewogen productiewaarde van een aanvrager wordt bepaald door voor ieder van de in de drie kalenderjaren, die voorafgaan aan het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, onder handen zijnde opdrachten de productiewaarde, voor zover gerealiseerd in dat kalenderjaar, te vermenigvuldigen met een percentage. Dit percentage is afhankelijk van de eindprijs van de desbetreffende opdracht en komt overeen met de ingevolge artikel 11vastgestelde percentages, met dien verstande dat voor opdrachten met een eindprijs van minder dan € 1.815.120,86 het percentage van 4,5 geldt. De bij elkaar opgetelde uitkomsten van deze vermenigvuldigingen vormen de gewogen produktiewaarde voor dat kalenderjaar.
6. De gemiddelde gewogen productiewaarde van een aanvrager is het gemiddelde van de gewogen productiewaarden, die hij heeft gerealiseerd in de twee van de drie in het vijfde lid genoemde kalenderjaren waarin hij de hoogste gewogen productiewaarden heeft gerealiseerd.