BWBR0006714
Geldig vanaf 1994-06-15
Artikel 5
Besluit uitvoering artikel 577, tweede lid (Wetboek van Strafvordering)
1. In het belang van een juiste taakuitoefening bij de inning van de gelden bedoeld in artikel 1, wordt in de gevallen bedoeld in artikel 3, tweede volzin, onverwijld een betalingsbewijs uitgereikt dat door de persoon aan wie wordt voldaan, is gedagtekend en ondertekend.
2. In de gevallen bedoeld in artikel 3, tweede volzin, wordt van de inning van de gelden als bedoeld in artikel 1, aantekening gehouden op de wijze zoals door het Centraal Justitieel Incassobureau is aangegeven.
3. De aantekeningen worden, uiterlijk een jaar nadat zij zijn opgemaakt, desverlangd getoond aan de personen die met het toezicht op de inning van de gelden bedoeld in artikel 1zijn belast.
2. In de gevallen bedoeld in artikel 3, tweede volzin, wordt van de inning van de gelden als bedoeld in artikel 1, aantekening gehouden op de wijze zoals door het Centraal Justitieel Incassobureau is aangegeven.
3. De aantekeningen worden, uiterlijk een jaar nadat zij zijn opgemaakt, desverlangd getoond aan de personen die met het toezicht op de inning van de gelden bedoeld in artikel 1zijn belast.