BWBR0006692
Geldig vanaf 1994-08-01
Artikel 3
Instelling commissie Medische experimenten met wilsonbekwamen
1. Tot lid, tevens voorzitter, van de commissie wordt benoemd:
prof. mr. L.C.M. Meijers, hoogleraar strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.
2. Als leden worden benoemd:
prof. mr. J. de Boer, hoogleraar in het personen-, familie- en jeugdrecht aan de Universiteit van Amsterdam;
mevrouw I. Glaudemans-van Gelderen, als arts voor de verstandelijk gehandicapten verbonden aan de Eemeroord te Baarn;
dr. M.J. Haveman, universitair hoofddocent epidemiologie aan de Rijksuniversiteit Limburg;
prof. dr. P.J. van der Maas, hoogleraar maatschappelijke gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam;
prof. dr. E. Schroten, hoogleraar christelijke ethiek aan de Universiteit Utrecht;
prof. dr. H.K.A. Visser, hoogleraar kindergeneeskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam;
mr. I. Jansen namens het ministerie van Justitie
mr. J. Berlijn namens het ministerie van WVC.
prof. mr. L.C.M. Meijers, hoogleraar strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.
2. Als leden worden benoemd:
prof. mr. J. de Boer, hoogleraar in het personen-, familie- en jeugdrecht aan de Universiteit van Amsterdam;
mevrouw I. Glaudemans-van Gelderen, als arts voor de verstandelijk gehandicapten verbonden aan de Eemeroord te Baarn;
dr. M.J. Haveman, universitair hoofddocent epidemiologie aan de Rijksuniversiteit Limburg;
prof. dr. P.J. van der Maas, hoogleraar maatschappelijke gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam;
prof. dr. E. Schroten, hoogleraar christelijke ethiek aan de Universiteit Utrecht;
prof. dr. H.K.A. Visser, hoogleraar kindergeneeskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam;
mr. I. Jansen namens het ministerie van Justitie
mr. J. Berlijn namens het ministerie van WVC.