BWBR0006677
Geldig vanaf 2006-07-05
Artikel 5
Regeling stimulering biologische productiemethode
1. Een subsidie kan slechts worden verleend indien de aanvrager zich verplicht om gedurende een periode van vijf jaren:
a. het gehele landbouwbedrijf dan wel een of meer van de productierichtingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, te gaan voeren overeenkomstig het biologisch teeltplan of
b. het gehele landbouwbedrijf dan wel een of meer van de productierichtingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, voort te zetten overeenkomstig het biologisch teeltplan; en voor de productierichtingen waarvoor geen verplichting ingevolge onderdeel a of b is aangegaan, de goede landbouwpraktijken in acht neemt.
2. De periode van vijf jaren geldt voor elk afzonderlijk perceel waarop de aanvraag tot subsidieverlening betrekking heeft.
3. Wijzigingen met betrekking tot het biologisch teeltplan of de percelen waarop dit plan betrekking heeft worden vooraf ter goedkeuring aan de stichting Skal voorgelegd en, direct na goedkeuring, in afschrift aan Dienst Regelingen gezonden.
4. Een bijdrage voor de biologische teelt van veevoedergewassen kan slechts worden verleend indien aan de aanvrager geen recht op een bijdrage is of wordt verleend op grond van de Subsidieregeling extensivering vleesstierenhouderij.
5. De subsidieverlening wordt geweigerd aan, onderscheidenlijk ingetrokken voor aanvragers die door ernstige nalatigheid of opzet een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling hebben ingediend in het lopende kalenderjaar alsmede, indien er sprake was van opzet, in het voorafgaande kalenderjaar, ingevolge een regeling gebaseerd op Verordening (EEG) nr. 2078/92onderscheidenlijk hoofdstuk VI van de Verordening (EC) nr. 1257/1999.
6. De verplichtingen, genoemd in het eerste lid, gelden met ingang van de datum van de beschikking tot subsidieverlening onderscheidenlijk op enige datum daarna die door de aanvrager op het biologisch teeltplan is aangegeven.
a. het gehele landbouwbedrijf dan wel een of meer van de productierichtingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, te gaan voeren overeenkomstig het biologisch teeltplan of
b. het gehele landbouwbedrijf dan wel een of meer van de productierichtingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, voort te zetten overeenkomstig het biologisch teeltplan; en voor de productierichtingen waarvoor geen verplichting ingevolge onderdeel a of b is aangegaan, de goede landbouwpraktijken in acht neemt.
2. De periode van vijf jaren geldt voor elk afzonderlijk perceel waarop de aanvraag tot subsidieverlening betrekking heeft.
3. Wijzigingen met betrekking tot het biologisch teeltplan of de percelen waarop dit plan betrekking heeft worden vooraf ter goedkeuring aan de stichting Skal voorgelegd en, direct na goedkeuring, in afschrift aan Dienst Regelingen gezonden.
4. Een bijdrage voor de biologische teelt van veevoedergewassen kan slechts worden verleend indien aan de aanvrager geen recht op een bijdrage is of wordt verleend op grond van de Subsidieregeling extensivering vleesstierenhouderij.
5. De subsidieverlening wordt geweigerd aan, onderscheidenlijk ingetrokken voor aanvragers die door ernstige nalatigheid of opzet een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling hebben ingediend in het lopende kalenderjaar alsmede, indien er sprake was van opzet, in het voorafgaande kalenderjaar, ingevolge een regeling gebaseerd op Verordening (EEG) nr. 2078/92onderscheidenlijk hoofdstuk VI van de Verordening (EC) nr. 1257/1999.
6. De verplichtingen, genoemd in het eerste lid, gelden met ingang van de datum van de beschikking tot subsidieverlening onderscheidenlijk op enige datum daarna die door de aanvrager op het biologisch teeltplan is aangegeven.