BWBR0006673
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel IV
Wijzigingswet Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (uitkering wegens invaliditeit)
1. De bij deze wet vervallen artikelen 7 a, 52 aen 132 a, telkens eerste en derde lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragersblijven van toepassing op degene die:
a. op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt recht had op wegens algemene invaliditeit voortgezette uitkering, of
b. op 25 januari 1993 ziekten of gebreken had en wiens uitkering uiterlijk een jaar na die datum in verband met die ziekten of gebreken wegens algemene invaliditeit wordt voortgezet, dan wel wiens uitkering ingevolge een der artikelen 14, vierde lid, 59, zesde lid, of 139, vierde lid, van die wet binnen een jaar na de genoemde datum in verband met die ziekten of gebreken wordt aangemerkt als een wegens algemene invaliditeit voortgezette uitkering.
2. Van de bij deze wet in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragersingevoegde artikelen zijn telkens het eerste lid van de artikelen 8 a, 53 aen 133 a, en de artikelen 8 b, 53 ben 133 bniet van toepassing op degene, bedoeld in het eerste lid.
a. op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt recht had op wegens algemene invaliditeit voortgezette uitkering, of
b. op 25 januari 1993 ziekten of gebreken had en wiens uitkering uiterlijk een jaar na die datum in verband met die ziekten of gebreken wegens algemene invaliditeit wordt voortgezet, dan wel wiens uitkering ingevolge een der artikelen 14, vierde lid, 59, zesde lid, of 139, vierde lid, van die wet binnen een jaar na de genoemde datum in verband met die ziekten of gebreken wordt aangemerkt als een wegens algemene invaliditeit voortgezette uitkering.
2. Van de bij deze wet in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragersingevoegde artikelen zijn telkens het eerste lid van de artikelen 8 a, 53 aen 133 a, en de artikelen 8 b, 53 ben 133 bniet van toepassing op degene, bedoeld in het eerste lid.