BWBR0006650
Geldig vanaf 1994-04-01
Artikel 2
Mandaatbesluit Korps landelijke politiediensten
1. De korpschef is gemachtigd tot het namens de Minister van Justitie uitoefenen van het beheer bedoeld in artikel 38, derde lid van de Politiewet 1993alsmede de tot het uitoefenen van de taken en bevoegdheden ten aanzien van de persoonsregistraties en politieregisters die bij het Korps landelijke politiediensten worden gevoerd, behoudens hetgeen is aangegeven in de bij deze beschikking behorende bijlage.
2. De onder 1. bedoelde bevoegdheden met betrekking tot het beheer kunnen niet worden uitgeoefend ten aanzien van de korpschef zelf, zijn plaatsvervanger, de divisiechefs en de chefs van de centrale stafafdelingen.
3. De korpschef kan ten aanzien van de onder 1., bedoelde bevoegdheden ondermandaat verlenen aan ambtenaren behorend tot het Korps landelijke politiediensten. Dit ondermandaat wordt schriftelijk verleend en aan de Minister van Justitie ter kennis gebracht.
2. De onder 1. bedoelde bevoegdheden met betrekking tot het beheer kunnen niet worden uitgeoefend ten aanzien van de korpschef zelf, zijn plaatsvervanger, de divisiechefs en de chefs van de centrale stafafdelingen.
3. De korpschef kan ten aanzien van de onder 1., bedoelde bevoegdheden ondermandaat verlenen aan ambtenaren behorend tot het Korps landelijke politiediensten. Dit ondermandaat wordt schriftelijk verleend en aan de Minister van Justitie ter kennis gebracht.