BWBR0006589
Geldig vanaf 2022-07-01
Artikel 15
Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren
1. Het inzetten van een surveillancehond als geweldmiddel is slechts geoorloofd onder het direct en voortdurend toezicht van een geleider bij:
a. de surveillancedienst, en
b. het optreden van een mobiele eenheid als bedoeld in artikel 26 van het Besluit beheer politie na toestemming van het bevoegd gezag;
c. het bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten.
2. Het inzetten van een AOT-hond is slechts geoorloofd onder het direct en voortdurend toezicht van een geleider bij het, na toestemming van het bevoegd gezag, optreden van een aanhoudings- en ondersteuningsteam als bedoeld in artikel 12, onder a, van het Besluit beheer politieof een bijstandseenheid als bedoeld in artikel 59 van de Politiewet 2012.
a. de surveillancedienst, en
b. het optreden van een mobiele eenheid als bedoeld in artikel 26 van het Besluit beheer politie na toestemming van het bevoegd gezag;
c. het bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten.
2. Het inzetten van een AOT-hond is slechts geoorloofd onder het direct en voortdurend toezicht van een geleider bij het, na toestemming van het bevoegd gezag, optreden van een aanhoudings- en ondersteuningsteam als bedoeld in artikel 12, onder a, van het Besluit beheer politieof een bijstandseenheid als bedoeld in artikel 59 van de Politiewet 2012.