BWBR0006558
Geldig vanaf 1994-04-01
Artikel 3
Regeling rampenidentificatieteam politie
1. De korpsbeheerder van het regionale politiekorps dan wel de Minister van Defensie vraagt, in opdracht van het bevoegd gezag, de korpschef van het Korps landelijke politiediensten om inzet van het rampen- identificatieteam politie.
2. In opdracht van de Minister van Justitie, op verzoek van de Minister van Buitenlandse Zaken, kan het rampenidentificatieteam politie in het buitenland worden ingezet.
3. Indien inzet van het rampenidentificatieteam politie in het buitenland plaatsvindt met betrekking tot Nederlandse militairen, wordt het in het tweede lid genoemde verzoek gedaan door de Minister van Defensie.
3. Indien door de korpsbeheerder van het Korps landelijke politiediensten tot inzet van het rampenidentificatieteam wordt besloten, wordt dat team door of vanwege de korpschef van het Korps landelijke politiediensten gealarmeerd.
2. In opdracht van de Minister van Justitie, op verzoek van de Minister van Buitenlandse Zaken, kan het rampenidentificatieteam politie in het buitenland worden ingezet.
3. Indien inzet van het rampenidentificatieteam politie in het buitenland plaatsvindt met betrekking tot Nederlandse militairen, wordt het in het tweede lid genoemde verzoek gedaan door de Minister van Defensie.
3. Indien door de korpsbeheerder van het Korps landelijke politiediensten tot inzet van het rampenidentificatieteam wordt besloten, wordt dat team door of vanwege de korpschef van het Korps landelijke politiediensten gealarmeerd.