BWBR0006557
Geldig vanaf 1994-04-01
Artikel 13
Regeling politiecellencomplex
1. Een politiecellencomplex dat niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen, wordt niet gebruikt voor het insluiten van personen.
2. Ten minste eens in de vijf jaar wordt een politiecellencomplex door ambtenaren van de rijksrecherche, gecontroleerd op het voldoen aan de hiervoor geldende eisen.
3. De korpschef kan, de procureur-generaal bij het gerechtshof binnen welks ressort een politiecellencomplex is gelegen gehoord, voor het gebruik van dat complex anders dan voor inverzekeringstelling, ontheffing verlenen van het gestelde in de artikelen 3, 6, 8en 9, vierde lid.
4. Een ontheffing voor het gebruik van het politiecellencomplex als ruimte voor inverzekeringstelling, wordt slechts verleend door de procureur-generaal bij het gerechtshof binnen welks ressort een politiecellencomplex is gelegen.
5. De ontheffing is met redenen omkleed, vermeldt het betreffende complex of de ruimte waarvoor zij geldig is en heeft een maximale geldigheidsduur van vijf jaren.
6. Een ontheffing ten aanzien van artikel 8, eerste lid, kan uitsluitend worden verleend voor het gebruik in de maanden april tot en met oktober.
2. Ten minste eens in de vijf jaar wordt een politiecellencomplex door ambtenaren van de rijksrecherche, gecontroleerd op het voldoen aan de hiervoor geldende eisen.
3. De korpschef kan, de procureur-generaal bij het gerechtshof binnen welks ressort een politiecellencomplex is gelegen gehoord, voor het gebruik van dat complex anders dan voor inverzekeringstelling, ontheffing verlenen van het gestelde in de artikelen 3, 6, 8en 9, vierde lid.
4. Een ontheffing voor het gebruik van het politiecellencomplex als ruimte voor inverzekeringstelling, wordt slechts verleend door de procureur-generaal bij het gerechtshof binnen welks ressort een politiecellencomplex is gelegen.
5. De ontheffing is met redenen omkleed, vermeldt het betreffende complex of de ruimte waarvoor zij geldig is en heeft een maximale geldigheidsduur van vijf jaren.
6. Een ontheffing ten aanzien van artikel 8, eerste lid, kan uitsluitend worden verleend voor het gebruik in de maanden april tot en met oktober.