BWBR0006556
Geldig vanaf 1994-04-01
Artikel 2.2
Uitrustingsregeling politie 1994
2.2.1. a. Het nazorgmiddel mag op zichzelf geen schadelijke bijwerkingen (b.v. irritatie) op huid, ogen, luchtwegen en andere delen van het lichaam hebben. Onder niet schadelijk wordt verstaan: niet carcinogeen, teratogeen of mutageen en niet giftig of irriterend voor huid of ogen. Als richtlijn voor de giftigheid dient een letale dosis (LD50) van > l gram per kg lichaamsgewicht, ongeacht de toedieningsroute.
b. Als richtlijn voor irritatie van de ogen en huid dient een milde reactie in dierproeven bij een expositie van enkele dagen in hoeveelheden van 50 mg of groter; elke sterkere reactie is onacceptabel.
c. Het gestelde in de onderdelen a en b geldt ook voor het oplosmiddel. De toegepaste oplosmiddelen dienen van een zodanige kwaliteit te zijn dat het totale oplosmiddel-mengsel niet meer dan 0,5 gewichtsprocent bevat van relatief ongevaarlijke verbindingen zoals butanol of methanol. Het gebrek aan gevaarlijke eigenschappen dient aantoonbaar te zijn middels een zgn. veiligheidsblad ("materials safety data sheet").
2.2.2. Het nazorgmiddel mag niet zodanig met pepperspray reageren dat daardoor een ander schadelijk middel ontstaat.
2.2.3. Bij het gebruik van het nazorgmiddel (inclusief eventueel oplosmiddel) mag vorenbedoeld nazorgmiddel op zichzelf geen blijvend persoonlijk letsel tot gevolg hebben dan wel zaakschade aan kleding of aan het interieur van een politievoertuig veroorzaken.
b. Als richtlijn voor irritatie van de ogen en huid dient een milde reactie in dierproeven bij een expositie van enkele dagen in hoeveelheden van 50 mg of groter; elke sterkere reactie is onacceptabel.
c. Het gestelde in de onderdelen a en b geldt ook voor het oplosmiddel. De toegepaste oplosmiddelen dienen van een zodanige kwaliteit te zijn dat het totale oplosmiddel-mengsel niet meer dan 0,5 gewichtsprocent bevat van relatief ongevaarlijke verbindingen zoals butanol of methanol. Het gebrek aan gevaarlijke eigenschappen dient aantoonbaar te zijn middels een zgn. veiligheidsblad ("materials safety data sheet").
2.2.2. Het nazorgmiddel mag niet zodanig met pepperspray reageren dat daardoor een ander schadelijk middel ontstaat.
2.2.3. Bij het gebruik van het nazorgmiddel (inclusief eventueel oplosmiddel) mag vorenbedoeld nazorgmiddel op zichzelf geen blijvend persoonlijk letsel tot gevolg hebben dan wel zaakschade aan kleding of aan het interieur van een politievoertuig veroorzaken.