BWBR0006554
Geldig vanaf 1994-04-01
Artikel 17
Regeling mobiele eenheid
1. De regionale politiekorpsen, bedoeld in bijlage 2bij deze regeling, houden een peloton voor bijstand beschikbaar dat tevens geschikt en in staat is aan boord van of rond een vaartuig op te treden.
2. De korpsbeheerder draagt er zorg voor dat een peloton als bedoeld in het eerste lid geoefend is om rond of aan boord van een vaartuig op te treden.
3. De korpsbeheerder draagt er zorg voor dat de leden van een peloton als bedoeld in het eerste lid zijn uitgerust met zwemvesten.
4. De korpsbeheerder van de regio Rotterdam-Rijnmond draagt er zorg voor dat ten behoeve van de eenheid, bedoeld in het eerste lid, kan worden beschikt over:
a. twee vaartuigen;
b. een commando-vaartuig;
c. een reddingsvaartuig.
5. De korpsbeheerder van de regio Rotterdam-Rijnmond draagt er zorg voor dat de vaartuigen als bedoeld in het vierde lid zijn voorzien van een geoefende bemanning.
6. De korpsbeheerder van de regio Rotterdam-Rijnmond draagt er zorg voor dat de commandant van een vaartuig, bedoeld in het vierde lid, in staat is om samen te werken met een commandant van een basiseenheid en met een commandant van een vaartuig van het Korps landelijke politiediensten.
2. De korpsbeheerder draagt er zorg voor dat een peloton als bedoeld in het eerste lid geoefend is om rond of aan boord van een vaartuig op te treden.
3. De korpsbeheerder draagt er zorg voor dat de leden van een peloton als bedoeld in het eerste lid zijn uitgerust met zwemvesten.
4. De korpsbeheerder van de regio Rotterdam-Rijnmond draagt er zorg voor dat ten behoeve van de eenheid, bedoeld in het eerste lid, kan worden beschikt over:
a. twee vaartuigen;
b. een commando-vaartuig;
c. een reddingsvaartuig.
5. De korpsbeheerder van de regio Rotterdam-Rijnmond draagt er zorg voor dat de vaartuigen als bedoeld in het vierde lid zijn voorzien van een geoefende bemanning.
6. De korpsbeheerder van de regio Rotterdam-Rijnmond draagt er zorg voor dat de commandant van een vaartuig, bedoeld in het vierde lid, in staat is om samen te werken met een commandant van een basiseenheid en met een commandant van een vaartuig van het Korps landelijke politiediensten.