BWBR0006536
Geldig vanaf 2001-08-17
Artikel 4a
Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
1. Aan een lid van de raad dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, van de Gemeentewet, dan wel de rekenkamerfunctie, bedoeld in artikel 81oa van de Gemeentewet, uitoefent dan wel lid is van de onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet, wordt voor de duur van het lidmaatschap van de commissie dan wel de duur van de activiteiten per jaar ten laste van de gemeente een toelage verleend van 5% van de vergoeding voor de werkzaamheden op jaarbasis.
2. Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van het lidmaatschap van de commissie dan wel de duur van de activiteiten vast.
2. Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van het lidmaatschap van de commissie dan wel de duur van de activiteiten vast.