BWBR0006534
Geldig vanaf 1994-04-08
Artikel 11
Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden
1. In het geval een staten- of commissielid een uitkering op grond van de Werkloosheidswetontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wetontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het staten- of commissielidmaatschap meer bedraagt dan de vergoeding voor de werkzaamheden wordt deze vergoeding ten laste van de provincie verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.
2. In het geval een staten- of commissielid een uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneelontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluitontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van de functie van staten- of commissielid meer bedraagt dan de vergoeding voor de werkzaamheden wordt deze vergoeding ten laste van de provincie verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.
3. In het geval een staten- of commissielid een uitkering in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ontvangt, kan de vergoeding voor de werkzaamheden op verzoek van het desbetreffende staten- of commissielid worden verlaagd.
2. In het geval een staten- of commissielid een uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneelontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluitontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van de functie van staten- of commissielid meer bedraagt dan de vergoeding voor de werkzaamheden wordt deze vergoeding ten laste van de provincie verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.
3. In het geval een staten- of commissielid een uitkering in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ontvangt, kan de vergoeding voor de werkzaamheden op verzoek van het desbetreffende staten- of commissielid worden verlaagd.