BWBR0006507
Geldig vanaf 1994-04-01
Artikel 3
Instellingsbeschikking Raad voor de divisie Centrale Recherche Informatie
1. In de Raad voor de divisie Centrale Recherche Informatie hebben zitting:
aº.. als voorzitter, tevens lid: 1. een procureur-generaal bij een gerechtshof;
1. een procureur-generaal bij een gerechtshof;
bº.. als leden: 2° een (fungerend) hoofdofficier van justitie;
3° een vertegenwoordiger van het openbaar bestuur in de betrekking van korpsbeheerder/burgemeester;
4° drie ambtenaren van politie, werkzaam bij onderscheiden regionale politiekorpsen;
5° een vertegenwoordiger van de personen die ingevolge artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering als buitengewoon opsporingsambtenaar met de opsporing van strafbare feiten zijn belast;
6° een militair van het Wapen der Koninklijke marechaussee.
2° een (fungerend) hoofdofficier van justitie;
3° een vertegenwoordiger van het openbaar bestuur in de betrekking van korpsbeheerder/burgemeester;
4° drie ambtenaren van politie, werkzaam bij onderscheiden regionale politiekorpsen;
5° een vertegenwoordiger van de personen die ingevolge artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering als buitengewoon opsporingsambtenaar met de opsporing van strafbare feiten zijn belast;
6° een militair van het Wapen der Koninklijke marechaussee.
2. De personen, bedoeld in het eerste lid, worden bij afzonderlijke beschikking benoemd.
3. De Raad voor de divisie Centrale Recherche Informatie wordt ondersteund door het secretariaat dat tevens het secretariaat is van de Raad voor het Korps landelijke politiediensten.
aº.. als voorzitter, tevens lid: 1. een procureur-generaal bij een gerechtshof;
1. een procureur-generaal bij een gerechtshof;
bº.. als leden: 2° een (fungerend) hoofdofficier van justitie;
3° een vertegenwoordiger van het openbaar bestuur in de betrekking van korpsbeheerder/burgemeester;
4° drie ambtenaren van politie, werkzaam bij onderscheiden regionale politiekorpsen;
5° een vertegenwoordiger van de personen die ingevolge artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering als buitengewoon opsporingsambtenaar met de opsporing van strafbare feiten zijn belast;
6° een militair van het Wapen der Koninklijke marechaussee.
2° een (fungerend) hoofdofficier van justitie;
3° een vertegenwoordiger van het openbaar bestuur in de betrekking van korpsbeheerder/burgemeester;
4° drie ambtenaren van politie, werkzaam bij onderscheiden regionale politiekorpsen;
5° een vertegenwoordiger van de personen die ingevolge artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering als buitengewoon opsporingsambtenaar met de opsporing van strafbare feiten zijn belast;
6° een militair van het Wapen der Koninklijke marechaussee.
2. De personen, bedoeld in het eerste lid, worden bij afzonderlijke beschikking benoemd.
3. De Raad voor de divisie Centrale Recherche Informatie wordt ondersteund door het secretariaat dat tevens het secretariaat is van de Raad voor het Korps landelijke politiediensten.