Artikel 1
Voor de berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel worden met arbeidsuren gelijkgesteld:
a. uren, waarvoor de betrokkene zonder te werken loon heeft ontvangen;
b. uren, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt en waarvoor hij schadeloosstelling of schadevergoeding wegens het beëindigen van de dienstbetrekking heeft ontvangen;
c. uren, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt en waarvoor hij een betaling heeft ontvangen wegens niet-genoten compensatie- of periodiek verlof bij de beëindiging van de dienstbetrekking;
d. uren, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt als gevolg van ziekte of arbeidsongeschiktheid;
e. uren, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt wegens buitengewoon verlof, ouderschapsverlof, opfrisverlof of verlofregelingen in het kader van leeftijdsbewust personeelsbeleid onderscheidenlijk seniorenbeleid.
a. uren, waarvoor de betrokkene zonder te werken loon heeft ontvangen;
b. uren, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt en waarvoor hij schadeloosstelling of schadevergoeding wegens het beëindigen van de dienstbetrekking heeft ontvangen;
c. uren, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt en waarvoor hij een betaling heeft ontvangen wegens niet-genoten compensatie- of periodiek verlof bij de beëindiging van de dienstbetrekking;
d. uren, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt als gevolg van ziekte of arbeidsongeschiktheid;
e. uren, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt wegens buitengewoon verlof, ouderschapsverlof, opfrisverlof of verlofregelingen in het kader van leeftijdsbewust personeelsbeleid onderscheidenlijk seniorenbeleid.