BWBR0006478
Geldig vanaf 1994-03-01
Artikel 2
Regeling geheel of gedeeltelijk eindigen van het recht op uitkering bij samenloop
1. De minister neemt in afwijking van artikel 1 een andere volgorde in aanmerking, indien toepassing van dat artikel tot een kennelijk onjuiste uitkomst leidt.
2. In de situatie, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de vaststelling van de volgorde, waarin de uitkeringsrechten worden beëindigd, uitgegaan van een samenhang tussen de werkloosheidssituaties en de reden van beëindiging van het recht op uitkering.
3. Een samenhang, als bedoeld in het tweede lid, wordt vastgesteld aan de hand van:
a. het beroep of de beroepen van betrokkenen;
b. het aantal uren van de werkloosheid en het aantal uren, waarmee het uitkeringsrecht moet worden beëindigd;
c. de hoogte van het loon.
2. In de situatie, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de vaststelling van de volgorde, waarin de uitkeringsrechten worden beëindigd, uitgegaan van een samenhang tussen de werkloosheidssituaties en de reden van beëindiging van het recht op uitkering.
3. Een samenhang, als bedoeld in het tweede lid, wordt vastgesteld aan de hand van:
a. het beroep of de beroepen van betrokkenen;
b. het aantal uren van de werkloosheid en het aantal uren, waarmee het uitkeringsrecht moet worden beëindigd;
c. de hoogte van het loon.