BWBR0006473
Geldig vanaf 1994-03-01
Artikel 2
Regels betreffende het begrip vakantie en de periode van vakantie met behoud van recht op uitkering
1. De betrokkene kan per kalenderjaar gedurende vier weken vakantie genieten met behoud van zijn recht op uitkering ingevolge het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel.
2. Voor de betrokkene die werkloos wordt in de loop van een kalenderjaar, geldt gedurende het kalenderjaar waarin hij werkloos is geworden een periode van zes weken.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid geldt een periode van 8 weken voor de betrokkene van buitenlandse afkomst die zijn volledige vakantie geniet in het land van herkomst.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op de betrokkene die:
a. 57,5 jaar en ouder is; of
b. valt onder een sociaal plan waarover overeenstemming is bereikt met de centrales van overheids- en onderwijspersoneel.
2. Voor de betrokkene die werkloos wordt in de loop van een kalenderjaar, geldt gedurende het kalenderjaar waarin hij werkloos is geworden een periode van zes weken.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid geldt een periode van 8 weken voor de betrokkene van buitenlandse afkomst die zijn volledige vakantie geniet in het land van herkomst.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op de betrokkene die:
a. 57,5 jaar en ouder is; of
b. valt onder een sociaal plan waarover overeenstemming is bereikt met de centrales van overheids- en onderwijspersoneel.