BWBR0006468
Geldig vanaf 2015-06-22
Artikel 3
Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomen
1. Het aan de persoon uit te betalen bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in de artikelen 2, derde, vierde, vijfde of zesde liden 2a, tweede of vierde lid, wordt niet verder beperkt dan tot het volle bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, verminderd met het bedrag van een in artikel 2, vierde lid, of artikel 2a, vierde lid, bedoelde uitkering dan wel het op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboekontvangen loon.
2. In afwijking van artikel 2, vierde, vijfde, zesde of zevende lid, en artikel 2a, vierde of vijfde lid, wordt bij een per aangiftetijdvak wisselend loon of inkomen, als loon of inkomen aangemerkt het gemiddelde van het loon of inkomen in de drie aangiftetijdvakken voor het aangiftetijdvak waarin:
a. recht ontstond op loondoorbetaling als bedoeld in artikel 2, vijfde of zesde lid,
b. recht ontstond op uitkering als bedoeld in artikel 2, vierde lid, of artikel 2a, vierde lid; of
c. waarin het pensioen, prepensioen of verlof, bedoeld in artikel 2, zevende lid of artikel 2a, vijfde lid, aanving.
2. In afwijking van artikel 2, vierde, vijfde, zesde of zevende lid, en artikel 2a, vierde of vijfde lid, wordt bij een per aangiftetijdvak wisselend loon of inkomen, als loon of inkomen aangemerkt het gemiddelde van het loon of inkomen in de drie aangiftetijdvakken voor het aangiftetijdvak waarin:
a. recht ontstond op loondoorbetaling als bedoeld in artikel 2, vijfde of zesde lid,
b. recht ontstond op uitkering als bedoeld in artikel 2, vierde lid, of artikel 2a, vierde lid; of
c. waarin het pensioen, prepensioen of verlof, bedoeld in artikel 2, zevende lid of artikel 2a, vijfde lid, aanving.