BWBR0006427
Geldig vanaf 1994-06-08
Artikel 2
Besluit uitvoer dieren en produkten van dierlijke oorsprong
Onze Minister kan het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van:
a. dieren van soorten en categorieën behorende tot: 1°. de onderstam gewervelde of ongewervelde dieren, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn nr. 92/65/EEG, niet zijnde vee, genoemd in artikel 1, eerste lid, van de wet;
2°. de klasse vogels, genoemd in artikel 2, eerste lid, van richtlijn nr. 2009/158/EG, niet zijnde pluimvee, genoemd in artikel 1, eerste lid, van de wet;
1°. de onderstam gewervelde of ongewervelde dieren, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn nr. 92/65/EEG, niet zijnde vee, genoemd in artikel 1, eerste lid, van de wet;
2°. de klasse vogels, genoemd in artikel 2, eerste lid, van richtlijn nr. 2009/158/EG, niet zijnde pluimvee, genoemd in artikel 1, eerste lid, van de wet;
b. aquacultuurdieren, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn nr. 2006/88/EG, met uitzondering van de dieren genoemd in artikel 2, eerste lid, van deze richtlijn, of
c. producten van dierlijke oorsprong alsmede producten van niet gehouden dieren, genoemd of bedoeld in de artikelen van de verordeningen en richtlijnen, opgenomen in de bijlage bij dit besluit,
verbieden, tenzij de zending overeenkomstig daartoe door Onze Minister gestelde regels voorzien is van een of meer merken en vergezeld gaat van een of meer bewijsstukken aangebracht onderscheidenlijk afgegeven op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek, ten bewijze dat voldaan is aan door Onze Minister met het oog op de uitvoer gestelde eisen.
a. dieren van soorten en categorieën behorende tot: 1°. de onderstam gewervelde of ongewervelde dieren, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn nr. 92/65/EEG, niet zijnde vee, genoemd in artikel 1, eerste lid, van de wet;
2°. de klasse vogels, genoemd in artikel 2, eerste lid, van richtlijn nr. 2009/158/EG, niet zijnde pluimvee, genoemd in artikel 1, eerste lid, van de wet;
1°. de onderstam gewervelde of ongewervelde dieren, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn nr. 92/65/EEG, niet zijnde vee, genoemd in artikel 1, eerste lid, van de wet;
2°. de klasse vogels, genoemd in artikel 2, eerste lid, van richtlijn nr. 2009/158/EG, niet zijnde pluimvee, genoemd in artikel 1, eerste lid, van de wet;
b. aquacultuurdieren, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn nr. 2006/88/EG, met uitzondering van de dieren genoemd in artikel 2, eerste lid, van deze richtlijn, of
c. producten van dierlijke oorsprong alsmede producten van niet gehouden dieren, genoemd of bedoeld in de artikelen van de verordeningen en richtlijnen, opgenomen in de bijlage bij dit besluit,
verbieden, tenzij de zending overeenkomstig daartoe door Onze Minister gestelde regels voorzien is van een of meer merken en vergezeld gaat van een of meer bewijsstukken aangebracht onderscheidenlijk afgegeven op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek, ten bewijze dat voldaan is aan door Onze Minister met het oog op de uitvoer gestelde eisen.