BWBR0006424
Geldig vanaf 1994-02-05
Artikel 3
Regeling opbrengsten ingebruikgeving en verhuur
1. Het bevoegd gezag verantwoordt de opbrengst in de aanvraag rijksvergoeding onderscheidenlijk de jaarrekening met inachtneming van het volgende:
a. de inkomsten uit het in gebruik geven worden toegevoegd aan de ontvangen bedragen voor exploitatiekosten;
b. indien het betreft een dienstwoning als bedoeld in het RPBO: de inkomsten uit het in gebruik geven van die dienstwoning, die het bevoegd gezag ontvangt op grond van het RPBO, worden in de aanvraag rijksvergoeding onderscheidenlijk de jaarrekening toegevoegd aan de ontvangen bedragen voor exploitatiekosten;
c. de inkomsten worden aangewend voor de als gevolg van het in gebruik geven voor rekening van het bevoegd gezag komende lasten;
d. de inkomsten en lasten worden als zodanig verantwoord in de aanvraag rijksvergoeding onderscheidenlijk de jaarrekening.
2. De omvang van de opbrengst wordt aangegeven in de aanvraag rijksvergoeding onderscheidenlijk de jaarrekening. Ten behoeve van de vaststelling van de rijksvergoeding deelt het bevoegd gezag de opbrengst aan de minister mede.
a. de inkomsten uit het in gebruik geven worden toegevoegd aan de ontvangen bedragen voor exploitatiekosten;
b. indien het betreft een dienstwoning als bedoeld in het RPBO: de inkomsten uit het in gebruik geven van die dienstwoning, die het bevoegd gezag ontvangt op grond van het RPBO, worden in de aanvraag rijksvergoeding onderscheidenlijk de jaarrekening toegevoegd aan de ontvangen bedragen voor exploitatiekosten;
c. de inkomsten worden aangewend voor de als gevolg van het in gebruik geven voor rekening van het bevoegd gezag komende lasten;
d. de inkomsten en lasten worden als zodanig verantwoord in de aanvraag rijksvergoeding onderscheidenlijk de jaarrekening.
2. De omvang van de opbrengst wordt aangegeven in de aanvraag rijksvergoeding onderscheidenlijk de jaarrekening. Ten behoeve van de vaststelling van de rijksvergoeding deelt het bevoegd gezag de opbrengst aan de minister mede.