BWBR0006405
Geldig vanaf 1994-01-19
Artikel 10
Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand
1. Indien binnen zes maanden nadat een toevoeging is verleend onder oplegging van een eigen bijdrage, als bedoeld in het tweede lid van artikel 35 van de wet, wederom een of meer toevoegingen worden verleend aan dezelfde rechtzoekende of aan degene met wie de rechtzoekende een gezamenlijke huishouding voert op het moment van afgifte van de eerste toevoeging aan de rechtzoekende, bedraagt de eigen bijdrage bij de eerstvolgende en de daarop volgende twee toevoegingen vijftig procent van de eerst opgelegde eigen bijdrage. Met toevoegingen waarbij geen eigen bijdrage wordt opgelegd wordt geen rekening gehouden.
2. Met toevoegingen die aan degene met wie de rechtzoekende een gezamenlijke huishouding voert zijn verleend, wordt uitsluitend rekening gehouden, indien de aanvrager daar om verzoekt en het een zaak betreft waarin geen onderling tegenstrijdige belangen aan de orde zijn.
3. Indien de eigen bijdrage bij een volgende toevoeging zonder toepassing van het in het eerste lid bedoelde kortingspercentage lager is dan met toepassing van dit percentage, legt de raad de laagste eigen bijdrage op. Alsdan vangt de termijn, genoemd in het eerste lid, aan op het moment waarop de toevoeging is verleend, waarbij de laagste eigen bijdrage is opgelegd.
2. Met toevoegingen die aan degene met wie de rechtzoekende een gezamenlijke huishouding voert zijn verleend, wordt uitsluitend rekening gehouden, indien de aanvrager daar om verzoekt en het een zaak betreft waarin geen onderling tegenstrijdige belangen aan de orde zijn.
3. Indien de eigen bijdrage bij een volgende toevoeging zonder toepassing van het in het eerste lid bedoelde kortingspercentage lager is dan met toepassing van dit percentage, legt de raad de laagste eigen bijdrage op. Alsdan vangt de termijn, genoemd in het eerste lid, aan op het moment waarop de toevoeging is verleend, waarbij de laagste eigen bijdrage is opgelegd.