BWBR0006351
Geldig vanaf 1993-12-31
Artikel 2
Wet medefinanciering aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
1. Eén rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid wordt door Onze Minister aangewezen en kan slechts door Onze Minister worden aangewezen indien deze uitsluitend tot doel heeft tegen een maximumpremie aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, waaruit een recht op uitkering kan voortvloeien tot ten hoogste 70% van het laatstverdiende loon en tot ten hoogste 70% van het in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringenbedoelde bedrag, met betrekking tot een loontijdvak van een dag, aan te bieden aan werknemers indien geldt dat:
a. aan het door tussenkomst van hun werkgever geen aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering is aangeboden en evenmin aan andere werknemers in dienst van hun werkgever door tussenkomst van hun werkgever een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering is aangeboden;
b. voor hen, volgens door de aangewezen rechtspersoon te stellen maatstaven, een zodanig verhoogd risico van arbeidsongeschiktheid bestaat dat zij niet verzekerd kunnen worden bij een andere verzekeraar tegen een premie lager dan de in de aanhef bedoelde maximumpremie;
c. zij zich vóór 1 december 1993 bij een andere dan de krachtens dit artikel aangewezen verzekeraar voor een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben aangemeld of, indien het personen betreft die op grond van artikel 81 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn toegelaten tot de vrijwillige verzekering, zij zich vóór 15 januari 1994 hebben aangemeld.
2. Na de aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, is de rechtspersoon gehouden aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden te blijven voldoen en aan de werknemers voor wie het in het eerste lid, onder a, ben cgestelde geldt, een arbeidsongeschiktheidsverzekering als bedoeld in het eerste lid aan te bieden.
3. Onze Minister treft de aanwijzing in indien geen enkele werknemer bij de rechtspersoon is verzekerd.
4. Een besluit tot aanwijzing of intrekking daarvan wordt in de Staatscourantgeplaatst.
a. aan het door tussenkomst van hun werkgever geen aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering is aangeboden en evenmin aan andere werknemers in dienst van hun werkgever door tussenkomst van hun werkgever een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering is aangeboden;
b. voor hen, volgens door de aangewezen rechtspersoon te stellen maatstaven, een zodanig verhoogd risico van arbeidsongeschiktheid bestaat dat zij niet verzekerd kunnen worden bij een andere verzekeraar tegen een premie lager dan de in de aanhef bedoelde maximumpremie;
c. zij zich vóór 1 december 1993 bij een andere dan de krachtens dit artikel aangewezen verzekeraar voor een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben aangemeld of, indien het personen betreft die op grond van artikel 81 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn toegelaten tot de vrijwillige verzekering, zij zich vóór 15 januari 1994 hebben aangemeld.
2. Na de aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, is de rechtspersoon gehouden aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden te blijven voldoen en aan de werknemers voor wie het in het eerste lid, onder a, ben cgestelde geldt, een arbeidsongeschiktheidsverzekering als bedoeld in het eerste lid aan te bieden.
3. Onze Minister treft de aanwijzing in indien geen enkele werknemer bij de rechtspersoon is verzekerd.
4. Een besluit tot aanwijzing of intrekking daarvan wordt in de Staatscourantgeplaatst.