BWBR0006343
Geldig vanaf 1994-01-01
Artikel 4
Regeling blokkade verplaatsing mestproductie
1. Indien een aanmelding als bedoeld in artikel 3niet is mede-ondertekend door degene op wiens bedrijf zij betrekking heeft, wordt zij voor de toepassing van artikel 2uitsluitend in aanmerking genomen wanneer door de hypotheekhouder bij de aanmelding tevens een uittreksel van het in artikel 3:260, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboekbedoelde openbare register is overgelegd, waaruit blijkt op welk registergoed, of in voorkomend geval op welke registergoederen van het bedrijf het recht van de betrokken hypotheekhouder is gevestigd.
2. De Dienst Regelingen doet aan degene op wiens bedrijf de aanmelding, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft van de aanmelding schriftelijk mededeling.
3. Verklaart degene op wiens bedrijf de aanmelding betrekking heeft binnen 30 dagen na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het tweede lid, aan de Dienst Regelingen dat de gegevens als vermeld in de aanmelding niet juist zijn, dan neemt de Dienst Regelingen de betreffende aanmelding niet langer in aanmerking voor de toepassing van artikel 2.
4. Zolang de hypotheekhouder de aanmelding waarop de in het derde lid bedoelde verklaring betrekking heeft niet intrekt, doch maximaal gedurende 90 dagen na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het tweede lid, neemt de Dienst Regelingen geen kennisgevingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wetin behandeling, indien de niet-gebonden mestproductierechten afkomstig zijn van het bedrijf waarop de aanmelding betrekking heeft. De termijn van 90 dagen wordt eenmalig met 90 dagen verlengd, indien de hypotheekhouder binnen de eerstgenoemde termijn een verzoek daartoe bij de Dienst Regelingen indient, onder gelijktijdige overlegging van een rechterlijk vonnis of een verklaring van een notaris als bedoeld in artikel 2, vierde lid.
5. De aanmelding waarop de in het derde lid bedoelde verklaring betrekking heeft vervalt definitief na verloop van de in het vierde lid bedoelde termijn, zoals deze in voorkomend geval is verlengd. Na het vervallen van de aanmelding worden kennisgevingen die betrekking hebben op het in die aanmelding vermelde bedrijf onherroepelijk door de Dienst Regelingen in behandeling genomen.
6. Ter zake van het bedrijf dat is vermeld in de aanmelding waarop de in het derde lid bedoelde verklaring betrekking heeft, wordt, ook nadat deze aanmelding is ingetrokken of vervallen, door de Dienst Regelingen van de betrokken hypotheekhouder geen nieuwe aanmelding aanvaard, tenzij deze is mede-ondertekend door degene op wiens bedrijf zij betrekking heeft. Een zodanige, mede-ondertekende aanmelding geldt tevens als een intrekking van de aanmelding waarop de in het derde lid bedoelde verklaring betrekking heeft, indien deze aanmelding nog niet is vervallen.
2. De Dienst Regelingen doet aan degene op wiens bedrijf de aanmelding, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft van de aanmelding schriftelijk mededeling.
3. Verklaart degene op wiens bedrijf de aanmelding betrekking heeft binnen 30 dagen na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het tweede lid, aan de Dienst Regelingen dat de gegevens als vermeld in de aanmelding niet juist zijn, dan neemt de Dienst Regelingen de betreffende aanmelding niet langer in aanmerking voor de toepassing van artikel 2.
4. Zolang de hypotheekhouder de aanmelding waarop de in het derde lid bedoelde verklaring betrekking heeft niet intrekt, doch maximaal gedurende 90 dagen na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het tweede lid, neemt de Dienst Regelingen geen kennisgevingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wetin behandeling, indien de niet-gebonden mestproductierechten afkomstig zijn van het bedrijf waarop de aanmelding betrekking heeft. De termijn van 90 dagen wordt eenmalig met 90 dagen verlengd, indien de hypotheekhouder binnen de eerstgenoemde termijn een verzoek daartoe bij de Dienst Regelingen indient, onder gelijktijdige overlegging van een rechterlijk vonnis of een verklaring van een notaris als bedoeld in artikel 2, vierde lid.
5. De aanmelding waarop de in het derde lid bedoelde verklaring betrekking heeft vervalt definitief na verloop van de in het vierde lid bedoelde termijn, zoals deze in voorkomend geval is verlengd. Na het vervallen van de aanmelding worden kennisgevingen die betrekking hebben op het in die aanmelding vermelde bedrijf onherroepelijk door de Dienst Regelingen in behandeling genomen.
6. Ter zake van het bedrijf dat is vermeld in de aanmelding waarop de in het derde lid bedoelde verklaring betrekking heeft, wordt, ook nadat deze aanmelding is ingetrokken of vervallen, door de Dienst Regelingen van de betrokken hypotheekhouder geen nieuwe aanmelding aanvaard, tenzij deze is mede-ondertekend door degene op wiens bedrijf zij betrekking heeft. Een zodanige, mede-ondertekende aanmelding geldt tevens als een intrekking van de aanmelding waarop de in het derde lid bedoelde verklaring betrekking heeft, indien deze aanmelding nog niet is vervallen.