BWBR0006329
Geldig vanaf 1994-01-01
Artikel VII
Wijzigingswet Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
1. Met betrekking tot motorrijtuigen waarvan de dagtekening van deel I van het ingevolge de Wegenverkeerswet afgegeven kentekenbewijs een vroegere datum is dan 1 januari 1994, is artikel IVvan toepassing met ingang van 1 januari 1995.
2. Voor een motorrijtuig als bedoeld in het eerste lid, waarvoor vóór 1 januari 1995 motorrijtuigenbelasting is betaald over een tijdvak van drie maanden waarvan een gedeelte valt na 31 december 1994, is over het gehele tijdvak motorrijtuigenbelasting verschuldigd naar het tarief dat met betrekking tot dat motorrijtuig geldt bij de aanvang van dat tijdvak.
3. Voor een motorrijtuig als bedoeld in het eerste lid, waarvoor vóór 1 januari 1995 motorrijtuigenbelasting is betaald over een tijdvak van twaalf maanden waarvan een gedeelte valt na 31 december 1994, is over het gedeelte van dat tijdvak dat valt na 31 december 1994 motorrijtuigenbelasting verschuldigd naar het tarief dat met betrekking tot dat motorrijtuig geldt met ingang van 1 januari 1995.
4. Vervallen.
5. In afwijking in zoverre van het bepaalde in de vorige leden is artikel IVop verzoek niet van toepassing met betrekking tot motorrijtuigen waarvan de dagtekening van het ingevolge de Wegenverkeerswet afgegeven kentekenbewijs een vroegere datum is dan 1 januari 1994, en waarvan de houder op 1 januari 1995 in het bezit is van een geldige invalidenparkeerkaart als bedoeld in het Besluit Invalidenparkeerkaart van 1 oktober 1991. Op het verzoek beslist de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de toepassing van deze bepaling.
2. Voor een motorrijtuig als bedoeld in het eerste lid, waarvoor vóór 1 januari 1995 motorrijtuigenbelasting is betaald over een tijdvak van drie maanden waarvan een gedeelte valt na 31 december 1994, is over het gehele tijdvak motorrijtuigenbelasting verschuldigd naar het tarief dat met betrekking tot dat motorrijtuig geldt bij de aanvang van dat tijdvak.
3. Voor een motorrijtuig als bedoeld in het eerste lid, waarvoor vóór 1 januari 1995 motorrijtuigenbelasting is betaald over een tijdvak van twaalf maanden waarvan een gedeelte valt na 31 december 1994, is over het gedeelte van dat tijdvak dat valt na 31 december 1994 motorrijtuigenbelasting verschuldigd naar het tarief dat met betrekking tot dat motorrijtuig geldt met ingang van 1 januari 1995.
4. Vervallen.
5. In afwijking in zoverre van het bepaalde in de vorige leden is artikel IVop verzoek niet van toepassing met betrekking tot motorrijtuigen waarvan de dagtekening van het ingevolge de Wegenverkeerswet afgegeven kentekenbewijs een vroegere datum is dan 1 januari 1994, en waarvan de houder op 1 januari 1995 in het bezit is van een geldige invalidenparkeerkaart als bedoeld in het Besluit Invalidenparkeerkaart van 1 oktober 1991. Op het verzoek beslist de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de toepassing van deze bepaling.