BWBR0006327
Geldig vanaf 1994-01-21
Artikel 6
Landbouwkwaliteitsbesluit geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering
1. Iedere in Nederland gevestigde producent of verwerker van produkten, zijnde een natuurlijke of rechtspersoon, die een aanvraag als bedoeld in artikel 4wenst in te dienen, sluit zich aan bij:
a. de Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel te Leusden, indien de aanvraag een produkt betreft dat onder de wettelijke controlebevoegdheid van deze controle-instelling valt;
b. het Kwaliteits-Controle-Bureau voor Groenten en Fruit te ’s-Gravenhage, indien de aanvraag een produkt betreft dat onder de wettelijke controlebevoegdheid van deze controle-instelling valt;
c. de Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiprodukten te Zeist, indien de aanvraag een produkt betreft dat onder de wettelijke controlebevoegdheid van deze controle-instelling valt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van iedere producent of verwerker die, zonder een aanvraag tot registratie te hebben ingediend, bij het verhandelen van produkten of bij de reclame voor produkten een beschermde geografische aanduiding of beschermde oorsprongsbenaming danwel een specificiteitscertificering bezigt.
3. De controle-instellingen, bedoeld in het eerste lid, stellen een reglement vast omtrent de inhoud en het verloop van de door hen uit te oefenen controles. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld omtrent de in dit reglement vast te leggen voorschriften.
a. de Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel te Leusden, indien de aanvraag een produkt betreft dat onder de wettelijke controlebevoegdheid van deze controle-instelling valt;
b. het Kwaliteits-Controle-Bureau voor Groenten en Fruit te ’s-Gravenhage, indien de aanvraag een produkt betreft dat onder de wettelijke controlebevoegdheid van deze controle-instelling valt;
c. de Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiprodukten te Zeist, indien de aanvraag een produkt betreft dat onder de wettelijke controlebevoegdheid van deze controle-instelling valt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van iedere producent of verwerker die, zonder een aanvraag tot registratie te hebben ingediend, bij het verhandelen van produkten of bij de reclame voor produkten een beschermde geografische aanduiding of beschermde oorsprongsbenaming danwel een specificiteitscertificering bezigt.
3. De controle-instellingen, bedoeld in het eerste lid, stellen een reglement vast omtrent de inhoud en het verloop van de door hen uit te oefenen controles. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld omtrent de in dit reglement vast te leggen voorschriften.