BWBR0006317
Geldig vanaf 1994-01-19
Artikel 8
Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's
1. Een onderdaan van een Lid-Staat die in Nederland wil worden toegelaten tot een beroep, kan bij de bevoegde autoriteit een aanvraag indienen tot het verkrijgen van een EG-verklaring.
2. De bevoegde autoriteit geeft een EG-verklaring af aan aanvrager indien betrokkene in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2dan wel artikel 3, en tevens:
a. aan betrokkene geen aanvullende vereisten worden gesteld op grond van artikel 9 of op grond van artikel 10, dan wel
b. binnen vier weken nadat betrokkene ten genoegen van de bevoegde autoriteit heeft aangetoond dat hij aan de hiervoor onder a bedoelde aanvullende vereisten heeft voldaan.
3. Aan aanvrager wordt binnen de in artikel 12bedoelde termijn bekendgemaakt of de beschikking van de bevoegde autoriteit betreft:
a. een afwijzing van de aanvraag,
b. een toewijzing van de aanvraag, dan wel
c. het stellen van aanvullende vereisten als bedoeld in het tweede lid.
Daarbij wordt aangegeven op welke praktische dan wel theoretische kennis de aanvullende vereisten betrekking hebben.
2. De bevoegde autoriteit geeft een EG-verklaring af aan aanvrager indien betrokkene in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2dan wel artikel 3, en tevens:
a. aan betrokkene geen aanvullende vereisten worden gesteld op grond van artikel 9 of op grond van artikel 10, dan wel
b. binnen vier weken nadat betrokkene ten genoegen van de bevoegde autoriteit heeft aangetoond dat hij aan de hiervoor onder a bedoelde aanvullende vereisten heeft voldaan.
3. Aan aanvrager wordt binnen de in artikel 12bedoelde termijn bekendgemaakt of de beschikking van de bevoegde autoriteit betreft:
a. een afwijzing van de aanvraag,
b. een toewijzing van de aanvraag, dan wel
c. het stellen van aanvullende vereisten als bedoeld in het tweede lid.
Daarbij wordt aangegeven op welke praktische dan wel theoretische kennis de aanvullende vereisten betrekking hebben.