BWBR0006288
Geldig vanaf 1993-12-17
Artikel 2
Vaststelling regionaal examenprogramma verkeersinformatie en -aanwijzingen
Het examenprogramma voor de modules van het regionaal examen ter verkrijging van de regionale kwalificatie voor het werkgebied Westerschelde en haar mondingen en Kanaal van Gent naar Terneuzen bevat de volgende eisen:
a. voor de module regionale communicatieprocedures: 1º. grondige kennis van: radio- en telefonieprocedures conform regionale vigerende regelgeving bij het verstrekken van verkeersinformatie;
2º. bedrevenheid in: het toepassen van het onder 1° genoemde vak.
1º. grondige kennis van: radio- en telefonieprocedures conform regionale vigerende regelgeving bij het verstrekken van verkeersinformatie;
2º. bedrevenheid in: het toepassen van het onder 1° genoemde vak.
b. voor de module regionale nautische kennis: 1º. kennis van: getijbewegingen in de regio;
2º. kennis van: regionale nautische en hydrografische publicaties.
1º. kennis van: getijbewegingen in de regio;
2º. kennis van: regionale nautische en hydrografische publicaties.
c. voor de module verkeersdienstapparatuur: 1º. grondige kennis van: bediening en mogelijkheden beeldschermen;
2º. grondige kennis van: bediening en mogelijkheden informatieverwerkende systemen;
3º. kennis van: bediening en mogelijkheden randapparatuur benodigd voor het uitoefenen van de functie;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1°, 2° en 3° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: bediening en mogelijkheden beeldschermen;
2º. grondige kennis van: bediening en mogelijkheden informatieverwerkende systemen;
3º. kennis van: bediening en mogelijkheden randapparatuur benodigd voor het uitoefenen van de functie;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1°, 2° en 3° genoemde vakken.
d. voor de module regionale scheepvaartverkeersreglementering; 1º. grondige kennis van: het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990;
2º. grondige kennis van: Hoofdstuk 12 van het Binnenvaartpolitiereglement;
3º. grondige kennis van: de overige relevante regionale reglementering met betrekking tot het scheepvaartverkeer;
4º. kennis van: de relevante reglementering met betrekking tot het milieu en het vervoer van gevaarlijke stoffen;
5º. kennis van: de lokale havenreglementen;
6º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 5° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990;
2º. grondige kennis van: Hoofdstuk 12 van het Binnenvaartpolitiereglement;
3º. grondige kennis van: de overige relevante regionale reglementering met betrekking tot het scheepvaartverkeer;
4º. kennis van: de relevante reglementering met betrekking tot het milieu en het vervoer van gevaarlijke stoffen;
5º. kennis van: de lokale havenreglementen;
6º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 5° genoemde vakken.
e. voor de module regionale topografie en geografie; 1º. grondige kennis van: de bijzonderheden van het zeetraject, riviertraject en het kanaal, afhankelijk van de centrale;
2º. grondige kennis van: bijzonderheden en voorschriften omtrent kunstwerken, ligplaatsen, ankerplaatsen en havens in het relevante werkgebied;
3º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: de bijzonderheden van het zeetraject, riviertraject en het kanaal, afhankelijk van de centrale;
2º. grondige kennis van: bijzonderheden en voorschriften omtrent kunstwerken, ligplaatsen, ankerplaatsen en havens in het relevante werkgebied;
3º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
f. voor de module regionale verkeersdienst: 1º. kennis van: de relevante richtlijnen ter uitvoering van regelingen voor verkeersbegeleidende systemen van de IMO;
2º. kennis van: organisatie en afhandeling van de scheepvaart in de regio met alle bijbehorende aspecten in het totale aandachtsgebied, inclusief de samenwerkingsregelingen met derden;
3º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
1º. kennis van: de relevante richtlijnen ter uitvoering van regelingen voor verkeersbegeleidende systemen van de IMO;
2º. kennis van: organisatie en afhandeling van de scheepvaart in de regio met alle bijbehorende aspecten in het totale aandachtsgebied, inclusief de samenwerkingsregelingen met derden;
3º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
a. voor de module regionale communicatieprocedures: 1º. grondige kennis van: radio- en telefonieprocedures conform regionale vigerende regelgeving bij het verstrekken van verkeersinformatie;
2º. bedrevenheid in: het toepassen van het onder 1° genoemde vak.
1º. grondige kennis van: radio- en telefonieprocedures conform regionale vigerende regelgeving bij het verstrekken van verkeersinformatie;
2º. bedrevenheid in: het toepassen van het onder 1° genoemde vak.
b. voor de module regionale nautische kennis: 1º. kennis van: getijbewegingen in de regio;
2º. kennis van: regionale nautische en hydrografische publicaties.
1º. kennis van: getijbewegingen in de regio;
2º. kennis van: regionale nautische en hydrografische publicaties.
c. voor de module verkeersdienstapparatuur: 1º. grondige kennis van: bediening en mogelijkheden beeldschermen;
2º. grondige kennis van: bediening en mogelijkheden informatieverwerkende systemen;
3º. kennis van: bediening en mogelijkheden randapparatuur benodigd voor het uitoefenen van de functie;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1°, 2° en 3° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: bediening en mogelijkheden beeldschermen;
2º. grondige kennis van: bediening en mogelijkheden informatieverwerkende systemen;
3º. kennis van: bediening en mogelijkheden randapparatuur benodigd voor het uitoefenen van de functie;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1°, 2° en 3° genoemde vakken.
d. voor de module regionale scheepvaartverkeersreglementering; 1º. grondige kennis van: het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990;
2º. grondige kennis van: Hoofdstuk 12 van het Binnenvaartpolitiereglement;
3º. grondige kennis van: de overige relevante regionale reglementering met betrekking tot het scheepvaartverkeer;
4º. kennis van: de relevante reglementering met betrekking tot het milieu en het vervoer van gevaarlijke stoffen;
5º. kennis van: de lokale havenreglementen;
6º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 5° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990;
2º. grondige kennis van: Hoofdstuk 12 van het Binnenvaartpolitiereglement;
3º. grondige kennis van: de overige relevante regionale reglementering met betrekking tot het scheepvaartverkeer;
4º. kennis van: de relevante reglementering met betrekking tot het milieu en het vervoer van gevaarlijke stoffen;
5º. kennis van: de lokale havenreglementen;
6º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 5° genoemde vakken.
e. voor de module regionale topografie en geografie; 1º. grondige kennis van: de bijzonderheden van het zeetraject, riviertraject en het kanaal, afhankelijk van de centrale;
2º. grondige kennis van: bijzonderheden en voorschriften omtrent kunstwerken, ligplaatsen, ankerplaatsen en havens in het relevante werkgebied;
3º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
1º. grondige kennis van: de bijzonderheden van het zeetraject, riviertraject en het kanaal, afhankelijk van de centrale;
2º. grondige kennis van: bijzonderheden en voorschriften omtrent kunstwerken, ligplaatsen, ankerplaatsen en havens in het relevante werkgebied;
3º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
f. voor de module regionale verkeersdienst: 1º. kennis van: de relevante richtlijnen ter uitvoering van regelingen voor verkeersbegeleidende systemen van de IMO;
2º. kennis van: organisatie en afhandeling van de scheepvaart in de regio met alle bijbehorende aspecten in het totale aandachtsgebied, inclusief de samenwerkingsregelingen met derden;
3º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
1º. kennis van: de relevante richtlijnen ter uitvoering van regelingen voor verkeersbegeleidende systemen van de IMO;
2º. kennis van: organisatie en afhandeling van de scheepvaart in de regio met alle bijbehorende aspecten in het totale aandachtsgebied, inclusief de samenwerkingsregelingen met derden;
3º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.