BWBR0006285
Geldig vanaf 2001-07-06
Artikel 7
Wet verplaatsing mestproductie
1. Bij de gevolgen van grondtransacties op de omvang van het mestproductierecht en het niet-gebonden mestproductierecht blijft <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/55" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 55 van de Meststoffenwet</a>onverkort van toepassing.
2. Onder grondtransacties worden in dit artikel verstaan, eigendomsovergangen, het tot stand komen of eindigen van pachtovereenkomsten en het vestigen, overdragen of tenietgaan van zakelijke gebruiksrechten.
3. Onder het tot stand komen en eindigen van pachtovereenkomsten wordt in dit artikel verstaan, het aangaan van een pachtovereenkomst voor tenminste de duur als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002269/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12, eerste lid, van de Pachtwet</a>( <em>Stb.</em>1958, 37), welke vervolgens is goedgekeurd door de grondkamer, een door de grondkamer goedgekeurde beëindiging van een zodanige pachtovereenkomst, een door de rechter uitgesproken ontbinding van een zodanige pachtovereenkomst, een afwijzing door de rechter van een verzoek tot verlenging van een zodanige pachtovereenkomst, of het eindigen van een zodanige overeenkomst als gevolg van een kennisgeving als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002269/artikel/36" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 36, tweede lid, van de Pachtwet</a>, waarna niet overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0002269/artikel/36" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 36, derde lid, van de Pachtwet</a>verlenging is verzocht.
2. Onder grondtransacties worden in dit artikel verstaan, eigendomsovergangen, het tot stand komen of eindigen van pachtovereenkomsten en het vestigen, overdragen of tenietgaan van zakelijke gebruiksrechten.
3. Onder het tot stand komen en eindigen van pachtovereenkomsten wordt in dit artikel verstaan, het aangaan van een pachtovereenkomst voor tenminste de duur als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002269/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12, eerste lid, van de Pachtwet</a>( <em>Stb.</em>1958, 37), welke vervolgens is goedgekeurd door de grondkamer, een door de grondkamer goedgekeurde beëindiging van een zodanige pachtovereenkomst, een door de rechter uitgesproken ontbinding van een zodanige pachtovereenkomst, een afwijzing door de rechter van een verzoek tot verlenging van een zodanige pachtovereenkomst, of het eindigen van een zodanige overeenkomst als gevolg van een kennisgeving als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002269/artikel/36" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 36, tweede lid, van de Pachtwet</a>, waarna niet overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0002269/artikel/36" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 36, derde lid, van de Pachtwet</a>verlenging is verzocht.