BWBR0006263
Geldig vanaf 1994-04-01
Artikel 4
Regeling inzake financiële tegemoetkomingen en eigen bijdragen WVG
1. De in een kalenderjaar verschuldigde eigen bijdragen en het eigen aandeel in de kosten van een voorziening waarvoor een financiële tegemoetkoming wordt verleend, mogen de draagkracht als bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, niet te boven gaan.
2. Bij de toepassing van het eerste lid worden op de draagkracht in mindering gebracht:
a. eigen betalingen die de gehandicapte in een kalenderjaar verschuldigd is voor zorg waarop aanspraak bestaat op grond van artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, dan wel op grond van een regeling als bedoeld in artikel 44 van die wet;
b. overige in het kalenderjaar ten laste van de gehandicapte blijvende kosten, voortvloeiende uit de handicap.
3. Desgevraagd herziet het gemeentebestuur, in verband met het bepaalde in het tweede lid, zonodig een eerder in het kalenderjaar gegeven beschikking tot toekenning van een voorziening als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet voorzieningen gehandicapten. Een daartoe strekkende aanvraag van de gehandicapte kan tot uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag tot herziening betrekking heeft, bij het gemeentebestuur worden ingediend.
4. Voor de toepassing van het tweede lid blijven buiten beschouwing de eigen betalingen die verschuldigd zijn ingevolge de artikelen 4en 14 van de Bijdragebesluit zorg.
2. Bij de toepassing van het eerste lid worden op de draagkracht in mindering gebracht:
a. eigen betalingen die de gehandicapte in een kalenderjaar verschuldigd is voor zorg waarop aanspraak bestaat op grond van artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, dan wel op grond van een regeling als bedoeld in artikel 44 van die wet;
b. overige in het kalenderjaar ten laste van de gehandicapte blijvende kosten, voortvloeiende uit de handicap.
3. Desgevraagd herziet het gemeentebestuur, in verband met het bepaalde in het tweede lid, zonodig een eerder in het kalenderjaar gegeven beschikking tot toekenning van een voorziening als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet voorzieningen gehandicapten. Een daartoe strekkende aanvraag van de gehandicapte kan tot uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag tot herziening betrekking heeft, bij het gemeentebestuur worden ingediend.
4. Voor de toepassing van het tweede lid blijven buiten beschouwing de eigen betalingen die verschuldigd zijn ingevolge de artikelen 4en 14 van de Bijdragebesluit zorg.