BWBR0006203
Geldig vanaf 1993-11-06
Artikel 3
Instelling overlegcommissie onderzoek en opvangcentra
1. Een commissie bestaat uit de volgende leden:
a. de directeur van het betrokken onderzoek- en opvangcentrum;
b. de plaatsvervangend directeur van het betrokken onderzoek- en opvangcentrum;
c. een vertegenwoordiger van de medische opvang asielzoekers;
d. ten minste een en ten hoogste twee vertegenwoordigers van de betrokken gemeente;
e. een vertegenwoordiger van de plaatselijke politie;
f. ten minste een en ten hoogste drie personen vanuit de plaatselijke bevolking, bij voorkeur uit de directe omgeving van het betrokken onderzoek- en opvangcentrum.
2. Indien de aanwijzing van een voorzitter en een secretaris niet nader in de overeenkomst ter zake van de vestiging van een onderzoek- en opvangcentrum is geregeld, worden zij door de overlegcommissie uit haar midden aangewezen. Zolang door de overlegcommissie geen secretaris is aangewezen, vervult de plaatsvervangend directeur de functie van secretaris.
3. De leden, bedoeld in het eerste lid, worden benoemd en ontslagen door de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Voor de leden, bedoeld in het eerste lid onder d, e en f, geschiedt zulks op voordracht van het College van Burgemeester en Wethouders van de betrokken gemeente.
a. de directeur van het betrokken onderzoek- en opvangcentrum;
b. de plaatsvervangend directeur van het betrokken onderzoek- en opvangcentrum;
c. een vertegenwoordiger van de medische opvang asielzoekers;
d. ten minste een en ten hoogste twee vertegenwoordigers van de betrokken gemeente;
e. een vertegenwoordiger van de plaatselijke politie;
f. ten minste een en ten hoogste drie personen vanuit de plaatselijke bevolking, bij voorkeur uit de directe omgeving van het betrokken onderzoek- en opvangcentrum.
2. Indien de aanwijzing van een voorzitter en een secretaris niet nader in de overeenkomst ter zake van de vestiging van een onderzoek- en opvangcentrum is geregeld, worden zij door de overlegcommissie uit haar midden aangewezen. Zolang door de overlegcommissie geen secretaris is aangewezen, vervult de plaatsvervangend directeur de functie van secretaris.
3. De leden, bedoeld in het eerste lid, worden benoemd en ontslagen door de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Voor de leden, bedoeld in het eerste lid onder d, e en f, geschiedt zulks op voordracht van het College van Burgemeester en Wethouders van de betrokken gemeente.