BWBR0006194
Geldig vanaf 1993-10-17
Artikel 8
Subsidieregeling erkenningsregelingen
1. De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag:
a. indien met betrekking tot de desbetreffende produkten of diensten reeds een erkenningsregeling bestaat;
b. indien gegronde vrees bestaat dat betrokkenen het project niet kunnen financieren;
c. voor zover het bedrag, dat in het betrokken kalenderjaar voor subsidietoezeggingen beschikbaar is, is uitgeput door het totaal van voorafgaande subsidietoezeggingen dan wel dat bedrag door toezegging van de gevraagde subsidie zou worden overschreden.
2. De minister kan afwijzend beslissen op een aanvraag:
a. indien gegronde vrees bestaat dat de aanvrager zal handelen in strijd met ingevolge deze regeling geldende verplichtingen;
b. indien, in geval van het ontwikkelen van een erkenningsregeling, door de aanvrager onvoldoende is aangetoond dat aan de erkenningsregeling behoefte bestaat;
c. indien de aanvrager in het kader van de aanvraag gegevens heeft verstrekt, waarvan hij wist of behoorde te weten dat deze onjuist of onvolledig waren, en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
d. indien de aanvrager failliet is verklaard.
a. indien met betrekking tot de desbetreffende produkten of diensten reeds een erkenningsregeling bestaat;
b. indien gegronde vrees bestaat dat betrokkenen het project niet kunnen financieren;
c. voor zover het bedrag, dat in het betrokken kalenderjaar voor subsidietoezeggingen beschikbaar is, is uitgeput door het totaal van voorafgaande subsidietoezeggingen dan wel dat bedrag door toezegging van de gevraagde subsidie zou worden overschreden.
2. De minister kan afwijzend beslissen op een aanvraag:
a. indien gegronde vrees bestaat dat de aanvrager zal handelen in strijd met ingevolge deze regeling geldende verplichtingen;
b. indien, in geval van het ontwikkelen van een erkenningsregeling, door de aanvrager onvoldoende is aangetoond dat aan de erkenningsregeling behoefte bestaat;
c. indien de aanvrager in het kader van de aanvraag gegevens heeft verstrekt, waarvan hij wist of behoorde te weten dat deze onjuist of onvolledig waren, en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
d. indien de aanvrager failliet is verklaard.